128
aangeboden en ik weet, dat hij 't er in ieder opzicht fijn zal hebben."
„En hij is zoo dol op z'n kleinkinderen," troostte mevrouw. „Die zullen hem het gemis aan jou wel vergoeden."
„Ach ja, dat zeker. Maar hij is feitelijk nog te jong om te rentenieren. Vader is voor z'n twee en zestig jaar nog zoo kolossaal werkkrachtig. Ik denk, dat hij vaak in de zaak van Elsie's man zal helpen, die heeft een heel groot en mondain restaurant in Zürich. Wat zou hij ook anders moeten beginnen met al dien vrijen tijd?"
„Norinchen," lachte mevrouw. „Ik zie je in een nieuw licht. Jij tobben? Jij, die alle tobberijen van anderen zoo heerlijk kunt wegpraten?"
„Ja, maar dat i s moeilijk weg te praten. Enfin, ook dit zal wel weer goed komen. Ik ben in ieder geval heel, heel blij, dat er kans voor mij is op een goeden werkkring, dicht bij Fred. Ik ga m'n uiterste best doen op den sollicitatiebrief. Vader zegt altijd, dat er van zoo'n brief iets suggereerends moet uitgaan."
„Goed zoo, kind. Schrijf je brief maar zóó, dat de directie als uit één mond galmt: z ij en geen ander! Fijn voor je, dat Sally mee gaat, die kostelijke kobold zal je wel opwekken als je down bent."
„Als ik daar maar eerst voet in den beugel heb, zal ik probeeren haar aan een baantje te helpen, al is 't ook nog zoo'n licht, want al dat luieren is niet goed voor haar en trouwens, 't gaat haar zelf ook