124
lispeld en er was iets in z'n oogen geweest, dat Norine niet aanstond en Sally aanleiding had gegeven om te zeggen:
,,Ik zal ook het genoegen hebben je weer te zien, ik blijf bij Norine, ik ben.... haar waakhond!"
De roode two-seater was weggereden en ze hadden den wagen nageoogd tot een kromming van den weg dien aan hun oog onttrok.
,,Ik schrijf je iederen dag," had Fred beloofd en hij hield woord. Dag aan dag bracht de post lange epistels, die Norine las en herlas en die haar dol gelukkig maakten.
Juist was ze weer aan een van de „dagelijksche romans" bezig, zooals Sally Fred's brieven betitelde, toen ze opgeschrikt werd door een uitbundigen vreugdeschreeuw en Sally, verwoed zwaaiende met een brief, het bureau binnen stormde.
„Lees, darling, lees! En laat de dagelijksche roman nu toch alsjeblieft even liggen. I am so glad! Ik trac-teer het heele hotel op cocktails en sigaretten! Norinchen, kind, ik mag bij je blijven, zoolang als ik maar wil. Lees dan toch, baby!”
,,Je bent erger dan een lawine," lachte Norine. „Houd toch eens op met lawaai maken en ga rustig zitten. Als je zoo rondloopt kan ik niet rustig lezen."
„Ik ben al zoet. Lees nu!"
„Dat is schitterend," zei Norine blij, toen ze den brief gelezen had. „Vader's schrijven heeft dus de uitwerking gehad, die we er van verwachtten, 't Is fijn en ik kan je zeggen, dat ik er niet zuinig mee in