125
m'n schik ben. Er spreekt zoo'n groot vertrouwen uit je vader's brief, ik hoop dit nooit te beschamen. En dan vind ik ’t ook wel heerlijk jou voor langeren tijd bij me te irogen hebben. Je bent wel een zot, overmoedig American girltje, maar ik houd heel veel van je."
„Dat is waarachtig de eerste keer, dat je me iets vriendelijks zegt. Zie je m’n neus krullen? Ik weet gewoon niet waar ik in de wereld ben! Zeg, baby, heb je gelezen, dat jij ook nog een brief van Daddy krijgt? Daar ben ik nou what you call benieuwd naar. O, Norinchen, wat zal Margret duvelsch zijn als ze geloosd wordt!"
„Maar wel op een vorstelijke wijze," vond Norine. „O, moet je Daddy kennen! Die heeft de zuur door en weet nu zoo langzamerhand wel, dat money de hoofdrol bij haar speelt.”
„Als ze een beetje karakter heeft weigert ze." „Wedden, dat ze het niet doet? Norinchen, jij denkt veel te goed over de menschen. Zie je dan niet, hoe 'n zelfzuchtig wezen ze is?”
„Ach ja, ze is niet wat je opofferend noemt, maar vergeet niet, wat 't voor een meisje uit een verarmde, adellijke familie moet zijn, om op die wijze haar brood te verdienen. Je moet wel flink en sterk zijn, om dit opgewekt te kunnen doen.”
„Quatsch mit Sauze, Norinchen! Wanneer zij op een tactvolle wijze haar werk had opgevat, dan zou ik als een zuster met haar zijn omgegaan. Maar zoo-dra we uit vader's nabijheid waren, heeft ze me