lessen strik je me niet,” zei hij vastberaden. „Denk je dat ik een syllabe begrijpen zal van den onzin, die zoo'n snijboon er uit kraamt?"
„O, maar dan zal ik je wel helpen, schat," glimlachte Lous. „Verbeeld je Frederik, de allernieuwste snufjes kun je leeren bij een kopje thee en een sigaret."
Frederik haalde zijn schouders op. Hij deed het best maar te zwijgen. Geen gekibbel asjeblieft op zijn verjaardag. En hij zoo wel probeeren dat ongeluksding lam te draaien in een onbewaakt moment.
„Zeg, kom je nog zitten?" riep hij tegen Bea. Dan trok hij zijn hoofd tusschen zijn schouders. „Verdraaid, wat is dat nu weer?" Maar het was slechts Lous, die probeerde Moskou te vinden. En, terwijl de noodkreten die deze poging vergezelden, Frederik's trommelvlies pijnigden, belde, gelukkig, het eerste bezoek.
* * *
„En?" vroeg Bea, die Frederik op den Parkweg tegenkwam.
„Wat èn?" zei Frederik norsch.
„Geniet je nogal van de radio?"
„Bar," zei Frederik.
Bea keek hem eens van terzijde aan.
tt Ja, zoo zie je er wel uit," vond ze.
„Ben je op weg naar Lous?"
„Dat was mijn plan ten minste."
„Loop een eindje mee op, als je den tijd hebt."
,/k Heb zeeën van tijd," zei Bea. „Stort je hart maar uit, Frederik."
Bea sprong om zijn groote passen bij te houden. Frederik, zwaaiend met zijn stok, scheen dit niet eens te merken. Hij zei: „Zondag ben ik om 8.15 gewekt door het klokgelui van de Potsdammer garnizoenskerk in Berlijn."
151