En je beseft dan niet, dat het de ware vriendschap is, die je aan haar verbindt.
Pas als je een paar jaar verder bent, voel je hoe het komt, dat je naar haar verlangt als leed je drukt, of je een prettige gebeurtenis in je leven hebt.
't Is zoo goed, om samen te kunnen babbelen over al wat in de jonge jaren ons bestormt.
Er is zooveel te verwerken en niet altijd kun je het met moeder bepraten. Dat komt pas weer veel later.
Er is juist zoo'n tusschen-periode, van kind tot bakvisch, waarin de goede vriendin zoo'n kostelijk bezit is.
Samen op je gezellige meisjeskamer te zitten en elkaar te vertellen van al wat het hart drukt of verheugt, 't is zoo goed.
Elkaar, zeg ik. Want, dat wordt wel eens teveel vergeten.
Als er twee meisjes zijn, dan hebben ze allebei zoo veel te vertellen en mag er niet één zijn, die altijd de luisterende is.
Het luisteren is een groote kunst. Praten is zooveel gemakkelijker.
Als je eigen hart bevrijd is van wat het overvol maakte, vergeet dan niet, dat zij, die met zooveel toewijding en rust luisterde, ook iets te zeggen heeft.
Laat haar dan rustig uitpraten. Val haar niet in de rede en o, vooral, laat je gedachten niet af dwalen.
Luisteren is een kunst die beoefend moet worden en het is tevens een wegcijferen van eigen belangen.
Het geeft de ander rust als je gedachten geheel bij haar zijn.
Maar samen zwijgen. Dat is ook iets heel fijns.
Ik zou het een toets kunnen noemen voor de band, die je samenhoudt.
Alleen met menschen die je volkomen begrijpen en waar je Zoo geheel mee sympathiseert kun je zwijgen.
133