I 82
De schrijfmachines ratelden en er werden zelfs geen blikken gewisseld.
Juffrouw Broese met de elf uurs-koffie was een weldadige afleiding. De machines stopten in één slag.
„Hew juwwie ’t gehoowd?” begon ze haar traditioneel morgenpraat je, waarin zelfs het nijdige gezicht van de Greef geen verandering vermocht te brengen. „Gewwitje is chef van Administwatie gewowden!”
„Juffrouw Broese,” de Greef’s stem klonk als een ijzeren vijl, vonden de meisjes. „Zou het nu niet eens tijd worden, om dat familiare „Gerritje” te vervangen met meneer...” „Asjebwieft!” riep verontwaardigd Moeder Broese uit. „Ik zaw ’t waawachtig niet zeggen op zijn afdewing, zoveew vewstand heb ik zewwef wew!”
„Ik zeg dit niet alleen voor u, juffrouw Broese,” pakte de Greef in, want tegen de woordenvloed van juffrouw Broese zag hij een beetje op. „Laat het u ook gezegd zijn, dames, dat de wat familiare toon, die er was tussen het geitenweitje en meneer Gerritsen moet veranderen nu deze heer in de functie van onze achtenswaardige heer Groenou getreden is.”
„Ik smeew ’m,” kondigde moeder Broese aan. „Enne de chef van de administwatie kwijgt vandaag een extwa bakkie twoost van me. O, zo!”
Vele telegrammen uit meisjesogen.
De Greef voelde het, maar het deerde hem niet. Was het niet onzinnig van Gerritsen die schapen op een borrel in Trianon te verzoeken! En dat hij nog de moed had hem daar ook bij te vragen, dat ging alle paal en perk te buiten. Hij zou hem dit: eventjes netjes aan z’n verstand brengen. Als hij met alle geweld rondjes wilde geven ter ere van zijn promotie, dan had hij die z’n collega’s kunnen geven, b.v. de chefs van alle afdelingen, maar om daar met dat troepje geitjes in Trianon te gaan zitten, hij paste er voor!
Om twaalf uur stak de niets kwaads vermoedende Gerritsen het hoofd om de deur.
De Greef, die anders klokslag twaalf verdween, bleef nu rustig zitten en niets wees er op, dat hij van plan was weg te gaan.