i8o
goede ogen, zijn stil zorgen voor hun alle drie, zo onopvallend eigenlijk, maar zo hartelijk gemeend.
„De manier waarop hij met Moeder omspringt, daarom alleen zou je al van hem houden. En Moeder, die het zich zo lekkertjes laat aanleunen en ’m zo grappig bemoedert, ’t Is absoluut waar wat Clem zegt: een man brengt veel gezelligheid mee en dat hebben we gemist sinds Vader’s dood.”
„Wat loop jij genoegelijk in jezelf te grinneken,” zei Clem, die haar zuster met welgevallen van terzijde opnam en bij zichzelf constateerde hoeveel fleuriger Ans de laatste tijd was.
„De opwekkende najaarslucht doet wonderen bij mij.” „Kan ik niet zeggen,” vond Clem. „Mij stemt de herfst altijd een beetje droef. Misschien komt het omdat het licht dan alweer zo vroeg op is in de zaak, dat doet zo winters aan!”
„Maar de winter brengt Sint Nicolaas en Kerstmis, dat betekent: klanten in je geliefde zaak!”
„Alweer waar,” lachte Clem. „Weg herfststemming en met vreugde de winter tegemoet!”
Toen de meisjes, verfrist door de wandeling thuis kwamen lagen er twee brieven op hun te wachten, voor ieder één. v
„Rob’s hand!” verbaasde Ans zich en dan: „Hoe vin-je ’m, daar heeft-ie niets van .gezegd vandaag!”
En Clem: „Enig! Wat een schat, dat hij mij ook mee vraagt!”
„Wat is er voor schattigs?” informeerde mevrouw Ter-hoeve.
„Rob fuift het geitenweitje plus Clem op de beloofde borrel. Hij is officieel benoemd als plaatsvervanger van meneer Groenou, chef van administratie, die met pensioen gaat. Reuze voor Rob!”
„En wanneer is het feest?” vroeg mevrouw. „Morgenmiddag om zes uur in Trianon. Hij verzoekt de diverse moeders het etensuur iets later te willen stellen. Clem, vraag de goede,tantes uit de zaak of je wat vroeger weg mag voor die ene keer,” .