172
Ien naar Stans stond te kijken. „Als je even wacht krijg je ook een koeks.”
„Nou, schiet dan maaw op!”
Jes draafde naar de cantine en kwam al heel gauw terug met de tractatie.
„We bewaren er één voor de lieveling,” stelde Ans voor.
„Hoe maakt Gerritje het?” vroeg Stans en bij die vraag was er even een angstig kijken van Ans naar Jes en Mar.
„Gerritje is haast een Gerrit!” lachtte Jes en ze trachtte onbevangen te doen.
„Hij komt in de plaats van meneer Groenou, die met pensioen gaat. Een beste baan, zeg!”
„Een weuze baan,” beaamde moeder Broese.
„Fijn voor Gerritsen,” zei Stans. „Het komt hem echt toe.”
Weer was er even het flitsen van drie paar meisjesogen.
„Zijn jullie toen nog met hem naar die toneeluitvoering geweest waar de lieveling op zou treden?”
„Ja, zeker en het was echt leuk,” vertelde Mar. „Liefje is heus een echte toneelspeler, niet waar, kinderen?”
Leni en Marie zaten wat zwijgend bij het vrolijk gepraat van de anderen en voelden zich er min of meer buiten staan. Marie zat te berekenen of er voor haar nu een kans zou zijn, om hier een vaste aanstelling te krijgen en ze bejammerde het, dat ze — niet wetend, dat die juffrouw Everhart niet terug zou komen — zich zo onverschillig uit had gelaten over haar tijdelijke betrekking. Ze zou maar eens proberen, dat kind Terhoeve voor de zaak te winnen, als die een goed woordje bij die lastige chef zou doen, had ze allicht een kans.
Moeder Broese was, met het excuus, „dat ze gwaag nog wat had wiwwen bwijven, maar niet wist hoe ze ew met haaw wewk moest komen” iweg geschommeld en de meisjes schoven nog wat dichter bij elkaar om te kunnen genieten van het buitenkansje, dat hun door Stans’ komst geschonken werd. „En bevalt je tegenwoordig werk je goed?” informeerde Jes.
„Buitengewoon,” zei Stans en de meisjes voelden, dat het ernstig gemeend was. „Zuster heeft me eigenlijk van het