165
ze wees naar de antieke meubels, de enige weelde die er nog overgebleven was uit de rijke tijd.
„Spreek me niet van al die moderniteit,” rilde hij. „Kun je je iets genoeglijkers voorstellen dan die prachtige mahoniehouten meubels? Ze hebben een geschiedenis, terwijl al die moderne stalen gedrochten koud en levenloos zijn.” „O, Gerritje-dear, wat ben ik blij, dat ik piet met jou zal huwen. „Ik ben dol op die moderne gedrochten. Ik vind deze kamer ook heel genoegelijk en bizonder mooi, maar stel je nu zo’n kleine, moderne flat voor met deze zware meubels! Dat zou eenvoudig niet bij elkaar passen. De meubels horen bij deze woning, die niet bepaald hypermodern is, niet waar, Ans?”
„Volkomen juist,” gaf Ans toe. „Dit kippen-bovenhuisje is allesbehalve modem, maar het heeft tenminste één grote kamer en dat kwam ons goed van pas, want we hadden geen van drieën kunnen scheiden van deze meubels-met-een-geschiedenis, zoals Gerritsen het zo goed uitdrukt.” „Miep!” riep Clem naar Mies, die als een spinnende poes zat te genieten van het „uitje”. „Moeder wordt klant van je en tante Clara ook.”
„Fijn!” jubelde Miep en direct in haar rol: „Wanneer mag ik u een offerte maken, mevrouw? Onze zeeppoeder is werkelijk prima en zó zuinig in het gebruik. In tegenstelling met andere waspoeders...”
„Prachtig, Miep, weer een heel andere toespraak dan bij ons op kantoor! Je hebt absoluut talent! Er gaat iets suggestiefs uit van de woorden,” lachte Jes.
„Dat moet het ook zijn,” zei Miep tevreden. „Gerritje, dank je nog wel voor de aanbeveling bij je hospita, het goede mens heeft niet alleen een berg pakjes bij me gekocht, maar me tevens aanbevolen bij verschillende kennissen en familieleden, zodat ik weer een beste bron heb aangeboord.”
„Ze heeft het me verteld. Ze was erg ingenomen met je, Miep en sprak over „die aardige dame van de zeeppoeder.”
„Och, je heb het Kodakvrouwtje, ik zal in de wandeling