164
had gegeven vertelde ze het nieuwtje van Sjoerd’s aanstaande verloving.
„Pa bulkt van het geld, Ma is een genoegelijke dikzak en de dochter heeft, uiterlijk althans, weinig echts meer. Maar ik geloof, dat het Sjoerd niets zal hinderen en hij zich zielsgelukkig zal voelen met het geld van Pa te kunnen smijten. Nu, als ik nu niet met schoon nieuws ben thuis gekomen, dan weet ik ’t niet. En laten we nu gaan eten, want ik heb, ondanks de vele sandwiches een formidabele honger.”
En deze laatste uitspraak van Ans stelde Moeder en Clem geheel gerust omtrent de toestand van haar hart, in zake Sjoerd.
„Nu vraag je Sjoerd toch niet op ons avondje, wel?” informeerde Clem.
„Welneen, dat is een episode die afgedaan is,” lachte Ans. „Het is nog erg de vraag, of-ie zijn Dodo hier komt voorstellen, ik vrees, dat we niet „daftig” genoeg zijn! Moeder, vindt u goed, dat hèt avondje de volgende week plaats zal vinden?”
„Best, kind, spreek jij maar met ze af; als ik het maar een dag tevoren weet.”
„Wat is Moeder toch heerlijk veranderd,” dacht Ans dankbaar. „Een half jaar geleden zou ze er tegen opgezien hebben als tegen een berg en nu schijnt ze het zelfs prettig te vinden.”
Het geitenweitje, Gerritsen incluis, had met uitzondering van Marie de Boer, die zich niet thuis voelde bij al dat grut, zoals ze in stilte de andere meisjes noemde, de invitatie gaarne aangenomen.
„Net wat voor Gerritje,” dacht Ans vermaakt, toen ze hem met een in vloeipapier gewikkelde „struik” naar binnen zag komen.
Moeder was uitermate verrast met de bloemenhulde, die Gerritsen haar op de hem eigen beleefde manier aanbood.
„Wat woont u hier allergezelligst,” prees hij, terwijl hij naast haar plaats nam. „U heeft hier nu juist de sfeer, die ik, als op kamers wonende vrijgezel, zo vaak mis.”
„Helemaal niet modern, hè Gerritje?” lachte Ans terwijl