163
zuchtig maken. Het is te hopen, dat z’n lieve Dodo er goed achterheen zit, anders zie ik er nog van komen, dat hij helemaal geen examen doet. Maar, dat zal wel, want meestal zijn zulke parvenu’s erg gesteld op een titel.”
„Je zegt zo weinig, Ans, ben je het er niet mee eens? Natuurlijk was een huwelijk uit liefde me veel aangenamer geweest, maar wat zou ik moeten beginnen met een vrouw zonder geld? Er is een tijd geweest, Ans, dat ik gehoopt had...”
„Doe me een groot genoegen, Sjoerd, en tracht je niet te verontschuldigen; dat onnozele flirtje, dat er tussen jou en mij was, mogen we gerust als een late kalverliefde beschouwen. We zullen geen van beiden sterven aan een gebroken hart! Alleen zou ik je een ding willen verzoeken en dat uit naam van de oude vriendschap, die er eens was: doe je best, dat het geld je niet nóg meer verslapt, zet je schouders onder het werk en maak je studie af. Misschien zal er een tijd in je leven komen, dat je beu bent van al het aardse slijk en dan kan je werk je zo ontzaggelijk veel geven. Beschouw me nu niet als een zedepreekster en geloof, dat ik het zeg, omdat het me tenslotte toch aan het hart zou gaan als jij, met de gaven die je ongetwijfeld hebt, in zou dutten. Pak je aan, Sjoerd, er is wat beters van je leven te maken, dan je er totnogtoe van maakte. Nou, jong, ik pik hier de tram. Tot kijks!”
Sjoerd keek haar na, hoe ze vlug en lenig de tram inwipte.
Iets van haar laatste woorden was in hem blijven hangen en hij nam zich voor nu eens werkelijk aan te pakken.
„Het is jammer, dat Ans geen rooie cent heeft,” dacht hij, terwijl hij naar het huis van zijn Dodo liep. „Ans is van alle meisjes die ik ken nog steeds de geschiktste. Tja, ’t is verduiveld jammer!” Zijn weemoedige bevlieging vervaagde snel toen hij in de prachtige salon zat en Dodo hem de serveer-boy met cocktails toeschoof. Ans en haar ernstige woorden werden verdoezeld in de weelde, die hem van alle kanten omgaf.
Nadat Ans thuis een trouw verslag van de mode-show