i6o
daverend verslag van deze modeschouw schrijven, dan kan je Moeder zien, dat ik kwaliteiten heb.”
„Ja, doe dat,” animeerde Leni.
„Dacht je heus, dat ik het meende? Dat zou me geen kleine arrogantie zijn! Neen, Cherubijn, ik som alleen maar op wat de mannequins „op de borde brengen” zoals onze kostelijke Dirks zegt, en dan kan je Moeder voor de jus zorgen.”
„Vind jij het geen troosteloos idee, dat we misschien jaren lang op het geitenweitje zullen zitten zonder de minste kans op promotie?”
„Misschien huw je, Cherubijn, dat is een beste kans! Maar zonder gekheid, zolang we niets meer presteren, dan we nu doen, mogen we tevreden zijn met ons baantje. In ieder geval worden we zo langzamerhand zeer bruikbare typ- en steno-krachten en hiermee kunnen we in iedere zaak terecht. Ik kijk de advertenties ’s avonds wel eens na, maar als ik er dan over denk, m’n kans eens te wagen, bekruipt me zo’n akelig gevoel en merk ik ineens tot m’n grote verbazing, dat ik erg gehecht ben aan ons gezellig weitje. Wie me dat voor een jaar gezegd had, zou ik voor stapel hebben verklaard. Je ziet dus, Cherubijn, waar een mens toe komen kan.”
„Dè bruidsstoet! Finale van bijna iedere mode-show,” berichtte Leni, toen tegen vijf uur onder de tonen van de Hochzeitsmarsch de witte stoet de zaal inschreed. „Levendige belangstelling bij de kastanje-schone! Zou ze gaan trouwen? Ma rekt zich ook al zo uit!”
„Het verwondert me, dat ze de hele stoet niet halt laten maken voor hun tafeltje,” spotte Ans. „Nu Cherubijn, ’t is afgelopen. Laten we zorgen gauw bij de garderobe te komen, anders kunnen we een jaar op onze mantels wachten.”
De beide meisjes spoedden zich naar de uitgang, maar werden al gauw opgenomen in de stroom van bezoeksters, die hetzelfde gedaan hadden. Toen ze bij de garderobe aanlandden stond het er al vol van wachtende dames, die de garderobe-juffrouwen trachtten te verlokken haar nummer het eerst aan te pakken.