152
nog wat bij te krijgen. En nu komt het grote nieuws, let op, kinderen! Ik heb een agentuur! ”
„Wat zeg je? Hoe kom je daar aan? Wat is het?” „Als jullie nou niet allemaal tegelijk vragen, kan ik behoorlijk vertellen,” lachte Miep, die zich in het oude milieu echt op haar gemak voelde.
„Nou, ik las laatst een advertentie van een nieuw in te voeren huishoudelijk artikel, waar dames uit de gegoede stand!! vlak ’t niet uit!! een gemakkelijke werkkring aan konden hebben. Ik schreef er direct op en zei eerlijk hoe het was: dat ik me er niet de gehele dag aan kon wijden, maar graag een bijverdienste zou hebben voor enige uren per dag. En laat ik nou — zou Dirks zeggen — er nou antwoord op krijgen en laat de Hoofdvertegenwoordiger nou een kennis van een neef van me zijn!”
Ze hadden allen schik in Miep’s levendige, opgewekte manier van praten, zo geheel anders dan de schuwe toon waarop ze had gesproken toen ze nog op de tikkamer was.
„Zo ben ik dus stadsreizigster voor een nieuw soort zeeppoeder. U heeft er geen idee van, dames, hoe ’n voordelige aanbieding mijn firma u doet. Onze zeeppoeder heeft het grote voordeel, dat het uw wasgoed helderder maakt, dan ieder ander wasmiddel en zó zuinig in het gebruik is, dat u het absoluut in uw huishoudkas zult kunnen voelen. Mag ik u een proefpakje aanbieden, dan kom ik de volgende week eens informeren hoe het u bevallen is. Ik weet zeker — dit met een zelfverzekerd lachje — dat u me een bestelling doet.”
„O, Miep, schitterend gewoon, daverend! Houd je steeds dezelfde preek? Wij zullen reclame voor je maken!” riepen de meisjes dooreen.
„Ik krijg zo’n schik in het werk,” vertelde Miep. „Eerst voelde ik me net of ik kwam bedelen, maar ik kreeg al gauw in de gaten, dat alles afhangt van je eerste optreden. Toen ik nederig en wel vroeg of ik mevrouw even kon spreken en als een muis aan de deur bleef staan, werd ik direct afgepoeierd, maar sinds ik met iets dwingends in mijn blik — leerschool de lieveling — eis mevrouw even iets te mogen demonstreren, dat werkelijk in het belang van