147
niets van aantrek. Eigenlijk heeft het goede mens me een groot pleizier gedaan, want nu kan ik Sjoerd zeggen, dat mijn familie niet wil, dat ik langer van kantoor gehaald word door een jonge man! Ik was te laf om hem dit uit eigen beweging te zeggen en heb nu een prachtig voorwendsel. Kijk niet zo glazig, Clem, ik geloof, dat jij nog altijd denkt, dat ik dol op Sjoerdje ben. Niks hoow, zou de brave Broese zeggen! Misschien is er een tijd geweest, dat het jog me niet onverschillig liet, maar dat is finaal voorbij, hoor! En nu ga ik maffies doen, want ik rol om van de slaap.