146
„Ze vertelde, dat er in haar kringen erg over gesproken wordt, dat jij nogal eens gezien wordt met Sjoerd. Is het waar, dat hij je vaak van kantoor komt halen?” vroeg haar Moeder wat scherp.
„En als het zo is,” zei Ans bits, „dan heb ik de kliek van tante Clara daar toch geen rekening en verantwoording van te geven!”
„Dat heb ik Moeder ook al gezegd,” viel Clem haar zuster bij.
„Ja, maar een meisje uit onze kringen maakt toch geen afspraakjes op straat! Als |Sjoerd je wil spreken kan hij toch hier komen,” vond mevrouw.
„Moeder houdt u op over „een meisje uit onze kringen” daar hebben we toch mee gebroken, niet waar? We zijn gewone meisjes uit de werkende stand, niet meer en niets minder en tante Clara kan opwaaien met haar op- en aanmerkingen. Ik ben me van geen kwaad bewust en als Sjoerd me al een paar keer van kantoor gehaald heeft, dan steekt daar absoluut niets in. Ik had me juist voorgenomen hem te vragen het niet meer te doen, niet omdat ik me er over schaam, maar om de doodeenvoudige reden, dat ik Sjoerd niet half zo aardig meer vind als vroeger en zijn gezelschap me helemaal niet aanstaat. U kunt dus gerust zijn en zegt u dat ook de lieve Clara maar, dan kan ze het verder colporteren in haar kliek.”
En Ans, helemaal uit de prettige stemming gehaald waarin ze verkeerde toen ze na het bezoek aan Lotte huiswaarts keerde, ging naar haar kamertje en begaf zich meteen naar bed.
Even later wipte zachtjes Clem naar binnen die zich voorzichtig over Ans heen boog om te zien of ze al sliep.
Ans, die alweer over haar eerste woede heen was kneep de ogen potdicht, terwijl ze vermaakt dacht, hoe Moeder en Clem zeker in de penarie hadden gezeten over haar plotseling weggaan.
Juist wilde Clem weer stilletjes wegsluipen, toen Ans een mekkerend geluid liet horen en lachend uitriep: „Het geitje maft nog niet, Clem en zeg Moeder, dat ik tante Clara al lang weer het geroddel vergeven heb en me er