137
werk van de laatsten maanden een extra vergoeding toe te kennen.”
„Wat een dierbaarling! ” juichte Mar, die zich niet kon bedwingen, nu ze de deux-pièces nader zag komen.
„Dat hebben we natuurlijk aan u te danken,” zei Lotte.
De Greef voelde zich aangenaam gevleid, dat zijn pogen de Baas tot deze royaliteit te hebben aangespoord direct erkend werd.
„In ieder geval, hij was het er onmiddellijk mee eens,” zei hij bescheiden.
Daar het koffie-uur nog niet geheel verstreken was, waagden de meisjes het, een driewerf hoera uit te brengen op „onze twee Bazen”.
„Een kinderhand is toch gauw gevuld,” plaagde de Greef, toen hij de uitbundige vreugde van zijn oud-perso-neel zag.
„Is ’t direct betaalbaar?” informeerde schuchter Mar, want ze moest niet lang met kopen wachten, anders was de engel van een deux-pièces foetschie!
„U wilt nu ook het onderste uit de kan! U krijgt het overwerk toch ook pas de laatste van de maand betaald.”
„D&g deux!” woof Mar aanminnig naar Jes.
„Als ik u soms kan helpen met een klein voorschot,” bood de Greef vriendelijk aan.
„O, meneer, u is...” Mar slikte de rest maar wijselijk in, als zijnde te familiaar.
„Zegt u ’t maar gerust, ik hoor wel graag een complimentje,” moedigde de Greef haar aan.
„Ik doe ’m bij jullie op het avondje het eerst aan!” beloofde Mar, toen ze, de vijftien pop gratificatie in de hand, ’s middags het troepje verliet om haar veelbegeerde „deux” te gaan kopen.
„Dat was vandaag botertje-tot-de-boom,” constateerde Lotte. die gelijk met Ans opliep. „Hij had vast een pluim van Rinus over „de voorbeeldige geitenwei”, anders snap ik niet, hoe hij opeens zó lankmoedig kan zijn.”
Voor hen uit liep Leni, helemaal in ’r eentje, want ze zou zich niet durven aansluiten bij de anderen.
„Zou de bizondere schoonheid van onze Cherubijn hem