129
„Ik heb een invitatie voor je, Gerritje. Mijn Moeder noodt jullie allemaal op een avondje. Stel je er niet teveel van voor, onze „avondjes” munten uit door eenvoud!” „Wie zijn allemaal? Is jullie lieveling daar ook onder begrepen?”
„Idioot!” lachte Mar. „Hoe kom je er bij? Stel je voor, dat iemand het in zijn pruik zou halen onze machthebber te noden! Ik geloof, dat ie minstens een stuip van de schrik zou krijgen!”
„Heeft jullie lieveling nu reeds de benen genomen?” informeerde hij.
„Moet je niet zeggen,” vond Gerritsen. „Wie weet, hoe aardig hij het zou vindén. Maar je hebt gelijk, het zou niet kunnen voor zijn prestigée! Ben ik dus de enige haan in de korf?”
„Wie zegt je dat? Jij wilt zo’n boel weten. Neem je het aan of niet?” vroeg Ans.
„Natuurlijk neem ik de vriendelijke invitatie van je Moeder aan. Ik houd wel van dergelijke avondjes. Je moet rekenen, een vrijgezel is meestal aangewezen op mede-vrijgezellen, öf thuiszitten.”
„Heb jij hier helemaal geen familie?” informeerde Mar.
Het Geitenweitje
9