127
Er zou een nieuwe kracht op Miep’s plaats komen, maar totnogtoe scheen hij niet geslaagd te zijn met „het nieuwe nummertje5’.
De meisjes hadden het door de afwezigheid van Stans èn Miep bar druk en er moest vaak ’s avonds overgewerkt worden, hetgeen hen allen goed van pas kwam, want de hele familie was een weinig platzak.
„We vragen er Gerritje ook bij,” ging Ans voort. „Hij is die avond zo bar aardig voor ons geweest, we voelen ons een beetje verplicht ons te revancheren, temeer, omdat wij met ons tweeën waren en Clem toch helemaal een vreemde voor hem was. Waar zit-ie eigenlijk tegenwoordig? Hij verschijnt nooit meer.”
Jes, die naar redactie moest, liep en passant bij Gerritsen aan, vroeg hem waarom ze hem nooit meer zagen. Het viel haar op, dat Gerritsen er niet te best uitzag en stiller was dan gewoonlijk.
„Is er wat?” vroeg ze zacht.
„Welneen, wat zou er zijn?” was zijn wedervraag en hij probeerde mal te doen, zoals nu eenmaal van „Gerritje” verwacht werd. „Ik zal hedenmiddag klokslag twaalf mijn opwachting komen maken in het tikgebied. Zeg dit alle schone tik-feeën, Jessica. En smeer ’m nu subiet, want we stikken hier in het werk.”
„Dat is dan al net zo als bij ons,” had Jes gelachen en was met de belofte van zijn komst op de tikkamer terug gekomen.
„Hij ziet er niets goed uit,” vertelde ze.
„Liefdesmart?” lachte Mar.
„Qui sait, brune aux yeux bleus,” declameerde, op hoogdravende toon, Lotte.
De lieveling kwam binnen en alles zweeg.
„Ik heb een goede tijding voor u, dames,” mompelde hij. „Ik heb gisteren twee nieuwe krachten voor de tikkamer aangenomen. Het kan nog wel zo lang duren met juffrouw Everhart, daar kunnen we niet op wachten. Eén heb ik voor tijdelijk aangenomen.”
Ze luchtten allemaal op, waren al direct gereed geweest hun lieveling te veroordeelen en hard te vinden nu