126
„feestavond” zoals Clem het tevreden noemde. Een bridge-è-deux met haar Moeder, een verhaal over alles wat er op kantoor gezegd en gedaan werd, het was in staat de beide vrouwen in een allerprettigste stemming te brengen. En .als Ans dan ’s avonds in haar bed stapte had ze het gevoel, dat ze geen verloren dag te boeken had.
De volgende dag op kantoor gaf ze gehoor aan Clem’s hartewens, die haar bijna door het hoofd was gegaan, nl. ze allen te inviteren een avondje bij haar thuis te komen.
„We zullen Miep vragen ook te komen,” zei ze. „Zo’n kleine afleiding zal haar goed doen.”
Miep was na de dood van haar Moeder als een klein verschrikt vogeltje op kantoor gekomen. Ze hadden allen medelijden met de anders zo flinke Miep. Bleek, met ingehouden tranen in de stem en pijnlijk vertrokken mond, zo had Miep voor de lieveling gestaan om hem te zeggen, dat ze tot haar heel grote spijt niet langer op kantoor kon blijven, want er was niemand die voor haar Vader kon zorgen en — haperend had ze het gezegd — er moest een grote ommekeer in hun leven plaats vinden, want er was door Moeder’s ziekte veel geld opgegaan en ze konden niet op dezelfde voet blijven voortleven. Miep moest iets trachten te vinden voor halve dagen, iets wat misschien meer inbracht dan haar betrekking op de tikkamer, en dan haar tijd zien te verdelen tussen de zorgen voor haar Vader en haar werkkring.
Als een geslagen hondje, zo had Miep gestaan voor de gevreesde lieveling. En alweer had hij het geitenweitje in verbazing gebracht, door op hartelijke toon te zeggen: „Maar natuurlijk laten we u direct los, dat zijn omstandigheden waarvoor alles moet wijken. Het spijt me geducht, juffrouw Steffens, u is een bizonder goede werkkracht en als ik u misschien kan helpen met het een of ander, dan kunt u over me beschikken.”
Miep zei naderhand, dat ze een gevoel had gehad of de aarde voor haar open ging en ze meteen naar beneden zou tuimelen.
„Hij is toch een goeierd,” hadden ze eenparig vastgesteld.