n6
lachte Clem. „In ieder geval is het een leuke boy en die vergeef je eerder iets dan een saaie kerel.”
„Ja,” zuchtte Ans. „Daar heb je schoon gelijk aan.” Mevrouw Terhoeve keek peinzend voor zich heen.
„Er was een tijd,” dacht ze, „dat ik dolgraag gezien had, dat Ansje en Sjoerd een paar zouden worden, maar hoe aardig ik Sjoerd ook vind, toch geloof ik niet, dat het kind gelukkig zou kunnen worden met een man, die te licht over het leven denkt. Het brengt niets dan ongeluk.” „Madre, waar piekert ge zo over?” vroeg Clem, die het bewolkte voorhoofd zag en altijd nog bang was, dat haar Moeder terug zou vallen in haar vroegere zwaarmoedigheid. Het was niets dan goedheid, die bezorgdheid van Clem, maar het kon Moeder wel eens irriteren, dat iedere stemming van haar steeds door Clem werd opgelet.
Ans, om de aandacht van haar Moeder af te leiden, vertelde het verhaal van Dirks en zijn „Dikke” en deed 'haar best Jes’ imitatie tot haar recht te laten komen.
„Om te brullen,” lachte Clem. „Die Jes! Ik kan me voorstellen hoe ze dat verteld heeft. Ik vind haar een bizonder grappig type.”
„Dat is ook zo, ze is gewoon de clown van het geitenweitje. ’t Is jammer, dat ze het nooit voor de lieveling durft te doen, ik weet zeker, dat hij zich er best mee zou amuseren, want hij heeft veel zin voor humor.”
„Ik vind jullie hele troepje erg aardig,” zei Clem. „En dan die genoegelijke Gerritsen.”
„Hij is nog te hebben,” plaagde Ans. „Zou een reuze-man voor jou zijn, Clem! Een toonbeeld van degelijkheid en knusserigheid.”
„Beste kwaliteiten voor een echtgenoot! Maar ik wil jou niet onder je duiven schieten, kind!”
„Ik gun hem je,” zei Ans een beetje schamper, maar ze had direct berouw alsof ze voelde, dat ze Gerritsen tekort deed door op die manier over hem te spreken.
„Zeg, Ans, zouden we ze niet allemaal eens een avondje kunnen inviteren? We moeten ons toch min of meer revancheren tegenover Gerritsen, die zo echt de gastheer was die avond.”