Javaan presenteerde thee, en Gerda, 't kopje uitdrinkend, bekeek goedkeurend de beide wélverzorgde passagiers. Ze vond het Engelse systeem van zoveel doenlijk vaderlandse kleding en vaderlandse gewoonten in de tropen te handhaven, veel aardiger dan de Hollandse mode der wijde witte slobberpakken, die als een banaal uniform, iedere man vulgariseerden. Van iemands persoonlijke smaak en persoonlijke geschiktheid om dit of dat te dragen, bleef zo niets over. Aardige dassen, leuke schoenen, een vlug jasje, niets van dat alles zag je ooit een Hollands kolonist dragen. Al gaf dan de Engelse gewoonte wat ongerief in de hitte, 't stond toch heel wat smakelijker.
De kap'tein, in een schoon wit pak, kwam nu ook voor den dag en met een handwuif duidend naar 't achterdek, vroeg hij:
'Hoe is het, zullen we nog?'
De jongens, weer met een lach om hun witte tanden bij de gedachte aan het gesprek van straks, stonden op, na een vragende blik op Gerda.
Die rees, blij met de afwisseling, evenzo overeind en ze gingen met z'n vieren, over 't middenschip, langs de kombuis, waaruit warme spijzengeur walmde naar 't brede, ophellende achterschip. Daar was, na de siësta, ook alles weer ontwaakt. Languit lag er ieder op z'n slaapmat, strootjes-rokend of etend met trage greepjes de witte rijst met wonderlijke toespijzen. Ze keken onverschillig op naar de vier onverwachte gasten, ze waren gewoon te worden bekeken en bekommerden er zich niet om. Nauweli jks dat ze traag hun uitgestrekte bruine benen introkken om Gerda en haar begeleiders te laten passeren; met hun bagage, hun slaap- en eetrommel hadden ze 't hele brede dek in beslag, een kleurig kamp, waar niemand zich bekreunde om de ander en waar temidden van dobbelende Chinezen en gulzig-schrokkende Klingen, en een heel nest Maleise kinderen, naakt krioelend door elkaar, een Battakse vrouw haar lange zwarte haren kamde en waar een grijsbaardige Arabier met een vuile kaftan aan, en een vuile tulband op, zijn Koran zat te spellen. Een hoge mand stond naast hem; door de openingen van 't vlechtwerk was 't lenig wriemelen van een groengele knoedel slangen zichtbaar.
96