kunnen geven. Wat lag 't daar in de verte leuk-vredig tussen de mangga's en de palmen, 't Kippenhok had ze gezien tussen de geschoren boengga-spatoe door en door 't raamgat van de keuken kokkie doende met potten en pannen. En een gevoel of ze... Heimwee, nü al? Dat was toch helemaal dwaasheid! Nog geen kwartier van huis! Maar toch... 't gezicht-op-thuis wou haar niet uit de gedachten. Straks, om twaalf uur, dan zou Johan alleen daar komen, alleen daar zitten rijsttafelen, alleen siësta houden... Nou ja, dat wist ze toch allang, dat was toch heel logisch en natuurlijk; als de vrouw uit huis ging, dan bleef de man alleen! 't Hele geval was eenvoudig, dat ze slecht geslapen en slecht ontbeten had, dat ze hoofdpijn had en zenuwachtig was. Natuurlijk, zulk dwaas tobben over niemendal was juist 't beste bewijs, dat ze hóóg nodig eens een poosje eruit moest en rust zoeken in een koel klimaat.
Maar inenen voelde ze toch een sterke behoefte voor de laatste maal nog eens lief-en-vriendelijk te zijn tegen Johan en óók zich opgewekt te tonen, dat hij niet kon vermoeden, dat ze nu al spijt had. Want daar was geen sprake van!
'Zul je vaak schrijven?' vroeg ze.
'Iedere dag,' lachte hij. 'Jij natuurlijk ook!'
Ze knikte.
'En hoeveel brieven krijg ik dan?' glimlachte Johan.
'Dertig natuurlijk!' antwoordde Gerda kort en boos.
Daar had-je 't nou waarachtig alweer! Die vraag was immers niet anders dan een bedekte toespeling, dat ze wel gauw terugkeren zou. Kon hij nét denken!
Wacht, eens even laten voelen.
'Zeg Jo, als 'k nou 's niet toekom met m'n geld? Want een maand is lang!'
Johan vertrok geen spier.
'Dan sein je maar om meer, bij Mr. Turner. Dat kostje geen cent. Was dat niet allemachtig aardig aangeboden van Torrini?'
'Dat zou 'k tóch niet doen. Veel te duur en veel te omslachtig.'
'Dan schrijf je. Maar je weet, datje altijd kan seinen, nie-waar? Zo veel als je wilt. Weetje waar 't kantoor is?'
'O jawel, in Broad-Street.' Ze zei 't onverschillig. Ze begreep
84