'Ik ben klaar, Jo. Als we nou gaan zullen?'
'Ja' zei hij. En keek haar nog even in de ogen. Met z'n glimlach, half-ontstemd en half-geamuzeerd. Ze had niet meer de moed, haar ogen boos af te wenden en ze glimlachte maar terug, terwijl haar mond in nerveuze siddering even vertrok. Johan merkte het, hij bukte z'n gezicht naar haar toe, om haar goed aan te zien.
'Spijt?' zei hij zacht, 'de sado terugroepen? Het gaat nog best.'
'Dank-je,' zei Gerda, koel, haar hoofd omkerend. 'Ik begrijp niet, watje wilt.' Even zweeg ze, dan heftig door haar nervositeit 'moet je me nou tot 't laatste toe nog plagen en treiteren, terwijl je weet...'
'Datje nerveus bent, Jawél,' vulde Johan aan, kalm. Hij bebeet z'n snor. "t "Was maar een vraag hoor! Ik meende, datje...'
'Helemaal niet,' viel Gerda in, opgewonden. 'Jij kan wel zoveel menen, je maakt een mens dól met al dat kijken en al dat vragen.'
'Niet veel voor nodig tegenwoordig, om jou dol te maken,' mompelde Johan halfluid. Hij was in een paar stappen bij 't trapje en riep de baboe, die met Kardoesje op de arm, afscheid stond te nemen van Sidin, haar man.
'Kom baboe, 't is tijd.'
Even de voorgalerij in en van de kapstok z'n witte kurkhoed genomen, 'n sigaret aangestoken...
'Nou, vooruit dan maar.'
Achter hem stond z'n vrouw te snikken in haar zakdoek.
'Kom kind, als je nou je trein niet missen wilt.'
'Ja, dadelijk, dadelijk, ga maar vooruit.'
Ze frommelde jachterig 't zakdoekje onder de mantel weg in de zak van haar witte japon en ging haar man achterna 't trapje af, de tuin door en de weg af.
Blootvoetige baboe in beste plunje volgde. Kardoesje zat in de bruine slendang, die haar hele lijfje soepel omving, 't kroeshoofdje met de witte hoed alleen stak boven de brede lap uit, die strak gespannen was om oude baboe's rug en schouders.
De trein bracht ze naar de haven.
Gerda zei niet veel, lusteloos zat ze in de lege waggon alleen met man, kind en baboe, 't Station lag een eind terug, de trein had ze vertrekkend nog langs hun huis gebracht, dat ze een laatste blik had
83