telkens luidlachend heen en weer bewoog.
Johan, met z'n half-boze, half-geamuzeerde blik, keek naar z'n vrouw en vond dat ze bleek was. Hij durfde er haar niet mee plagen, want het 'hoe kun je me zo plagen, terwijl je wéét dat ik nerveus ben' van de laatste veertien dagen tuitte hem nog in z'n oren en hij wendde zich af en bracht het stoute Kardoesje tot rede en de hijgende baboe tot bedaren.
Middelerwijl kwam ook de huisjongen binnen en vertelde dat de 'sado' voor was, 't wagentje, dat de bagage naar de trein zou brengen. Zij zelf zouden te voet gaan; 't was vroeg-ochtend en nog koel, want in de goede moesson. En Soemon riep Sidin en samen haalden ze de vier stuks bagage-een grote koffer en een kleine, en een gevlochten krandjang en een wonderlijke knoedel van in bonte sarongs geknoopte noodzakelijkheden die aan alle kant uit het dunne doek puilden en te zamen het hebben en houden van de baboe uitmaakten-uit de achtergalerij en sjouwden ze door de tuin naar het wagentje dat buiten wachtte.
Gerda keek er naar en 't propte haar erger dan ooit in de keel en ze slikte en slikte, maar kreeg er de prop niet door. Ze trok een héél bedrukt gezicht, toen 't laatste stuk was weggesleept, maar zodra ze bemerkte, dat Johan naar haar keek, keerde ze zich om.
Gek toch! Geen ogenblik in de veertien dagen, sinds ze voor 't eerst met haar plan was voor den dag gekomen, had ze er zó tegenop gezien, geen ogenblik ook-o, zwakkeling, die ze was-zich zó bekommerd om Johan, die eenzaam ging achterblijven. Was ze dan helemaal vergeten wat al haar kennissen haar hadden verteld van 't vrolijke leventje, dat hün mannen hadden geleid en dat een vrouw zich nooit bezorgd had te maken over haar onbestorven weduwnaar, want dat zulk een wezen nimmer te beklagen, daarentegen dubbel-en-dwars te benijden is ? Ach, als de Van Velpens en de Mar-tijns hem nu maar inviteerden, als kokkie niet maar weer ruzie maakte met haar man, zodat haar hoofd omliep en ze niet zou kunnen koken!
'Niet aan denken nou, niet telkens aan denken,' pruttelde ze in zich zelf, 'er is tóch geen terugtreden meer mogelijk.' En luid, tot haar man:
82