Maar dat proppige gevoel in haar keel... ze raakte het niet kwijt, met al haar geredeneer nóg niet! Jassus-dan-toch, Johan moest 't eens weten, hij lachte haar helder uit! Alles zou immers even leuk wezen. Iedereen vond het bootreisje verrukkelijk, van zeeziekte geen sprake. De kapitein was de vriendelijkheid en de gedienstigheid zelf, er was een uitstekende kok aan boord-de visschotels van de 'Guinea' waren beroemd!-en al-met-al duurde het reisje nog geen etmaal. En 's morgens kreeg je de zonsopgang tegenover de rede van Poeloe-Sirih, dat dan in het gezicht kwam. Daar kon je dan, had ze bedacht, nog wat winkelen in Broad-Street, voor je je liet de berg opdragen. Want zat je daar eenmaal-en 't kostte je een veertig dollars, dat was een kleine zestig gulden met bagage en baboe en kind !-dan kwam je er zo licht niet meer af. Bespottelijk, die madame Torrini, ze kon het makkelijk aanbieden, dat gratis seinen! Jawel, je ging daar maar eventjes voor een klikkebitje de berg af en weer op, om aan die akelige-man-van-je een telegrammetje te sturen.
Tóch prettig, als je wist, waar je terecht kon. Ze moest nu niet ondankbaar wezen. Ze zou eens liéf bedanken, 't Was nu toch tijd van afscheidnemen.
Monsieur Ettore had zich na een nieuw 'Eh bien' van z'n dikke eega uit z'n rieten stoel opgewerkt, een beetje strammig, want de Indische jaren kwamen hem ten slotte in de botten te zitten, en het echtpaar nam afscheid, 't Was een teder afscheid met veel handdrukken en klappende zoenen aan Gerda en aan het brutale kleine Kardoesje, een ietwat rumoerig afscheid met veel allerlaatste goede raad van madame en jovialerig handdrukken en keelschrapen van monsieur, die eigenlijk met zichzelf en z'n vrouw wat verlegen stond.
Johan liet ze uit en had nog zó een massa wenken en vragen te beantwoorden, dat hij na een minuut of wat met een 'oef'van verluchting het trapje weer opwipte de achtergalerij binnen waar zijn vrouw bezig was haar hoed op te zetten. De reismantel van dunne Chinese zijde had ze al aan en de baboe besteedde al het geduld en al de listigheid, waarover ze krachtens haar ras-aanleg te beschikken had, om Kardoesje de witte strohoed op 't kopje te zetten, dat ze
81