en aanhouden, veertien dagen lang. Maar ze had niet toegegeven. Jawel, tweeëneenhalf jaar was die man nu al baas, nu zou zij eens tonen, dat ze zich niet helemaal onder de plak liet houden. Te beweren, dat haar zenuwachtigheid thuis wel overgaan zou. O, natuurlijk, haar zenuwachtigheid moest thuis maar overgaan, andere dames, die gingen naar Poeloe-Sirih. Lekker, een zeereisje, heerlijk de berg opgedragen door zes koelies in een draagstoel temidden van een wondermooie natuur-ze had er zich genoeg van laten vertellen-en dan een maandje daar in het tophotel, waar het zó hoog was, waar de wind de hele dag in- en uitwoei en je des nachts onder een dikke deken moest slapen!
Ze was veertien dagen bezig geweest met het maken van flanellen kabaajtjes voor Kardoesje en een paar warme peignoirs voor zichzelf. En iedere keer, als Johan van zijn kantoor kwam, dan vond hij haar en baboe daarmee bezig en dan keek hij zo geweldig zuur, iedere dag een beetje zuurder dan de vorige. Want hij dacht natuurlijk dat ze nóg toegeven zou, omdat ze altijd zo braafjes onder de plak was blijven zitten! De jongen was verwend op die manier, daar kwam het op neer, maar wat drommel, men leefde niet vergeefs in een tijd van strijd voor Vrouwenrecht! En ze hld overwonnen. Na een laatste preek, gisteravond, had Johan haar, met een bosje zuchten, tweehonderd dollars in nootjes van vijf toegeteld. Daar was ze nu toch heus wel van geschrokken, maar ze had 't niet laten merken en toen Johan haar was gaan uitleggen, hoe ze nu doen moest met rekeningen en dat ze moest zorgen toe te komen, had ze hem dood-eenvoudig gezegd, dat ze er alles van wist en dat hij gerust zijn mond kon houden.
De enige schaduwzijde van deze schitterende overwinning was nu maar, dat ze, de grote dag gekomen, plotseling vreselijk opzag tegen de reis. Maar nu nog bakzeil halen? Nu zich laten uitlachen door Johan en door die vervelende Torrini, die wel scheen te denken, dat zij alleen de kunst van reizen en inpakken verstond? Dat nooit. Die angst was dwaasheid, die had haar Johan met al zijn bezwaren in het hoofd gepraat. Als ze maar eerst op de berg zat, lekker in de kou, dan zou ze wat gauw opknappen. En over een maand kwam ze terug en dan zou ze voor Johan óók wel weer aardig we
78