Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



grote meid, zich aanstelde en moeder had gezegd, dat Abraham haar niet zo verwennen moest, want dat ze al twaalf was, al leek ze klein en toen was Abraham met de Benjamins, waar hij logeerde, mee naar huis gegaan, en ze had hem niet meer gezien.

Maar die avond in bed-ze had juist in tranen haar boek uitgelezen, het heette 'Het Verdwenen Diadeem', de held werd vals beschuldigd, zijn meisje was de enige, die in zijn onschuld geloofde en hem trouw bleef-die avond in bed had ze plotseling in die gelieven zich zelf en Abraham herkend-, ze hepen naast elkaar door een vreemd herfstlandschap en ze kusten elkaar, tederlijk, wonderlijk-ontroerd, schouder aan schouder gingen ze, zij even groot als hij, in werkelijkheid was ze veel kleiner, maar dat weten deerde niet aan haar verbeelding. Zo iets had ze nooit tevoren ondervonden. Het was in deze herfst tot haar gekomen! En nu was dat gevoel er weer, terwijl ze in schemer neerzat op de houten bank, haar hand strelend de fluwelen lap, haar voet schommelend van en naar de koperen pot, in zoete verdoving, weer was ze in die verbeelding van met hem te zijn en naast hem te gaan en zich altijddoor te voelen gekust door hem. En Grote Verzoendag in Sjoel, dan zou ze zijn heerlijke stem weer horen, als ze naast moeder gezeten was achter het traliewerk, gebogen over haar gebedenboek.

Maar terwijl ze het dacht, bekroop haar het andere weer, de afschuwelijke onrust en angst van zoeven. De lichaamsvermoeidheid was over, de zalige verdoving trok weg, haar hand streelde niet langer de fluwelen lap, slap hing haar been langs de bank: hoe zou ze durven, hoe zou ze kunnen onder zijn ogen in Sjoel komen en luisteren naar de melodieën, die ze verloochend had, waartegenover ze afvallig was geweest, voor het andere, voor het vreemde geloof, de vreemde godheid van de gojim? Nauwelijks te begrijpen, maar het was toch zo. En daar was ook het geweten weer, daar rondom haar maag, als een loodzwaar brok, een prangende band, beklemmend, verontrustend. Daar was alles weer terug, alles dat zich een ogenblik weggehouden had en dat ze overwonnen waande. Nog even en alles rondom haar zou weer gaan spoken, 't stond op komen, ze voelde het al... dan ging de deur open en vader kwam de winkel in en met hem Abraham.

235

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.