'Jij hier in de winkel?' De baardige man bukte zich naar haar heen en poogde haar op zijn arm te lichten, maar ze wilde niet in het bijzijn van de ander als een klein meisje behandeld zijn, glipte lenig weg onder vaders arm en kwam met beiden de huiskamer binnen.
Dat Japie zich nu dadelijk weer van Abraham meester maakte, dacht Leentje spijtig, toen ze zag hoe haar oudste broertje, bezig met postzegels in zijn album te plakken, de grote jongen, die geduldig lachte, onmiddellijk en met veel woorden bij de arm naar zich toehaalde.
Moeder vond ook niet goed dat Abraham zo werd overstelpt en ze bestrafte: 'Laat Abraham toch eerst rustig gaan zitten en een kop koffie drinken.'
Maar vader hoorde vol belangstelling Japie vertellen, dat hij op school een jongen, een stomme gammer, voor drie waardeloze postzegels van Egypte een zeldzame van Siam had afgeruild! Die jongen kreeg ze van zijn vader gezonden en waar de mooiste prentjes op stonden die had hij 't liefst.
'Dus ik geef hem alle prullen die ik kwijt wil wezen, van Nicaragua met hele landschappen en van Australië met paradijsvogels erop. Gelijk of niet?'
'Groot gelijk,' vond vader lachend. 'Als hij mooie prentjes wil, laat hem dan mooie prentjes hebben. Geef eens hier die van Siam. "Wat zou zo'n ding nog waard zijn?'
'Minstens een dubbeltje,' blufte Japie, gebogen naast zijn vader, die over hem heen knipoogde naar Abraham of hij wel ooit zo'n slimme jongen had gezien!
Maar Abraham koos juist uit het trommeltje, dat moeder hem voorhield, een koekje bij zijn koffie en hij vertelde, dat Benjamins zich weer zo zwak en hoesterig voelde de laatste dagen en dat hij wel een groot deel van de dienst op de Verzoendag zou moeten waarnemen.
'Jij, lekker, hè?' vond Japie jaloers-'die oude knar met zijn stem als een schorre bootsman,-'k geloof dat ik het nog beter zou kunnen.'
Moeder verbood, en vader vond ook, dat Japie zo niet spreken
236