Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



schommelend naar en van de koperen doofpot...

O, heerhjk, na de gejaagdheid, al de kwellingen van straks, de lichaamsvermoeidheid, het hete schrijnen in de keel,-nu dit zoete gevoel in haar hele lijf, die loomheid in haar hoofd en dit wegzinkend zitten, dit in roerloosheid opgaan en als verkwijnen met uitgebreide armen en schommelende voet.

En er rezen beelden, ze riep ze niet,-ze kwamen vanzelf, de Gelukkige Geheven, die innig elkaar omvattend tederlijk elkaar kussend, tezamen voortschreden door een landschap, dat ze niet recht duidelijk zag, alleen maar voelde en proefde en rook... en die gelieven, die elkaar kusten op de lippen, dat waren... zij zelf en de jonge hulpgazzan, die bij meneer Benjamins logeerde en die ze op Rousj-Hasjono had horen zingen in Sjoel! Prachtig was dat geweest, heerhjk en vol als nooit tevoren had ze de geliefde wijzen van beneden uit de mannensynagoge tot zich horen opstijgen-hoe zijn jonge, volle stem de lange galmen als golven klank rimpelloos opdroeg en aanhield en naast moeder achter het traliewerk gezeten, had ze ademloos neergestaard naar waar hij stond, zijn roomgeel bidkleed over de schouders, daarboven uit het zingende hoofd met de zwarte baret, zacht op en neer bewegend. Hoe hij was geprezen,-zij had het aangehoord met een eindeloos-blij gevoel, als ging die lof haar zelf aan, meer gestreeld dan ooit om eigen lof,-en niemand, die een aanmerking had, zelfs oude David Vet met zijn platvoeten niet en die vond toch nog altijd te vitten op oom Izak,-oom Izak, die als pracht-gazzan bekend stond.

Met meneer Benjamins en zijn vrouw was hij na sjoeltijd op bezoek gekomen, meneer Benjamins heel trots, want Abraham was de zoon van zijn neef en maar pas achttien jaar en nog op het Seminarium en nu al zo'n zanger! Die werd nog eenmaal gazzan in de grote sjoel van Amsterdam!

Maar Abraham had gelachen en al die vleierij niet eens willen horen... van de grote mensen was hij weggegaan en naar hun hoekje gekomen, met Japie en Maup gaan praten-haar had hij op schoot genomen en gezegd dat ze hem niet ,meneer', maar bij zijn naam moest noemen, en ze had het heerhjk gevonden, totdat Japie was gaan plagen en moeder had geroepen om te zien hoe flauw zij,

234

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.