Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



leren aanmerken als een lichamelijk orgaan. Zeker, zo voelde men ook het hoofd pas, wanneer het zeer deed, zo lag nu ook dat verstoorde geweten steenzwaar binnen in haar, drukkend, verontrustend. Hoe zou het ooit weer tot rust kunnen komen? Leentje zuchtte en sloot de ogen. Ze voelde zich voor 't ogenblik uitge-peinsd, moegetobd. Het heftige kloppen van haar hart had zich ge-eflfend, het scherpe schrijnen in haar keel, na het wilde rennen tegen de wind in, was weer verzacht, bijna weg, ze voelde zich nu alleen nog wee, een flauw-zoete smaak in de mond, als zou ze onpasselijk worden.

Ze zat op een gesneden houten bank in haar vaders winkel, haar armen achter zich wijd gespreid over de leuning; met haar linkerhand streelde ze gedachteloos een bonte lap fluweel, haar voet raakte slingerend telkens even tegen een koperen doofpot aan. In 't halfduister-er kwamen 's avonds nooit of zelden kopers-glansden flauw de ronde buiken van tinnen kannen, blonk koperbeslag op oude kastjes, waarvan zich de omtrekken in doezelige schemer verloren ^-lichte vlekken nevelden onbestemd, en voor haar uit op de muur wierp de straatlantaarn door het winkelraam een ronde lichtplek op een roodbonte sjaal, die daar hing. De smalle deur met strakgeplooide vitrage, waardoorheen lamplicht als door matglas scheen, zelf zichtbaar, maar niets verlichtend, leidde naar de huiskamer. Daar zaten de anderen nu samen.

Een leegte was in haar hoofd, doch ze genoot lichamelijk van de rust na 't rennen en van de vredigheid in vaders huis. Vreemd-wat zich zozeer voortdurend aan haar opgedrongen had, toen ze 't om alles ter wereld kwijt had willen zijn,-de gedachte aan haar zonde,-dat het haar nu in vrede, dat beroerde haar niet, ook niet nu ze het in zich oproepen wilde, met eenzelfde opzet, als waarmee ze vaak een plek, die pijn deed, altijd door juist aanraken wilde.

Er kwam geen angst, geen benauwdheid meer, het was gevloden als nooit geweest,-al zoeter en inniger breidde zich de rust om haar heen, al dieper zonk in haar de zalige dommel die lichaam en geest omvangen hield,-ze wilde dit behouden, als een kleed van veiligheid om zich, maar dan moest ze ook wel precies zo blijven als ze nu zat, ogen toe, haar hand strelend over de fulpen lap en haar voet

233

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.