heengaan, 's morgens om zes uur, met vader en moeder en de jongens, allemaal tezamen, ja, dan moest die blauwe damp er ook zijn en de eerste glanzen van de zonsopgang, door het vochtig-bonte loof in de verlaten lanen, en vruchtenreuk uit een nog gesloten winkel of van een vroege kar. Dat hoorde tot het wezen en de stemming van de Verzoendag.
Zij zelf bezaten geen loofhut,-moeder had het wel graag gewild, omdat ze als meisje bij haar ouders het zitten en eten en bezoek-ontvangen in een loofhut zo onvergetelijk-heerlijk had gevonden, maar vader vond het te duur en te lastig,-vader gaf er niet om in zijn hart, vader was niet 'vroom' genoeg, ze had wel eens gehoord hoe hij daarover standjes met oom Izak had, die zelf zo graag een loofhut had gewild, maar geen ruimte kon maken in zijn huis vol kinderen.
Doch ook zonder loofhut was hun huis feestelijk. Vader mocht niet 'vroom' zijn, hij hield ervan op Jomtofdagen te smullen en gul te laten smullen. Er waren dan altijd taartjes en lekker vlees en overvloed van fruit,-sappige herfstvruchten, druiven, hartige nieuwe noten. Daarom was hun huis altijd vol bezoek, op Nieuwjaarsfeest en Loofhuttenfeest. En hoewel ze altijd dol was op lekker eten en vruchten en zoete koek en taartjes met gelei,-toch was ook zelfs dat genot in de herfst opgevoerd en verhoogd. O, de herfst maakte alles heerlijker,-gaf de gouden Nieuwjaarshoning en het sap der vruchten, die ze at, een afzonderlijke smaak van verlangens en dromen, van vreemde genietingen en vage heerlijkheden. In de herfst ook en dan alleen verlangde ze er soms naar om heel rijk te zijn en mooie kleren te dragen en te reizen, ver weg heen te trekken door wazige verschieten en bonte bossen, maar stelde zij zich voor dat ze werkelijk in mooie kleren ver weg heen zou gaan, dan wilde ze toch liever blijven waar ze was en haar eigen kleren dragen, 't Was ook eigenlijk niet reizen, waarnaar ze verlangde, maar diep ademen en vliegen met open armen.
Zo was het menig jaar geweest van dat haar heugde, zo had het ook dit jaar kunnen zijn. De feesten vielen vroeg-een late Rousj-Hasjono gaf vaak een grauwe, koude Jom-Kippoer, kleurloze damp of vale regen-doch ditmaal rees, elke dag opnieuw, teer-
231