Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



weken der herfstfeesten. Dan toch werkte het weer ook mee. Dan hingen er in de morgen die blauwe dampen over de kleine vijvers in het park,-waar de zon doorheen brak in gulden mist, en hoe heerlijk rook het bonte, vochtige loof dat als bedwelmd van eigen reuk amechtig neerhing in de gespannen stilte, boven het roerloos wazig vijvervlak,-waar temidden van glans en damp de witte eenden met hun gouden bekken zo traag zich roerden, als waren ook zij bedwelmd en ingeslapen. Hier en daar onder de bonte bomen glanzend goud en paars van kleine asters en vroege herfstchrysanten als uit gebronsd metaal gedreven, vochtig ook, en amechtig, bedwelmd, van eigen wonderlijke waseming. En dan die koelte-door-trokken warmte, zo anders dan dorre zomerhitte, wanneer hoog in de dag, de zon de blauwe dampen overmeesterd had en verteerd in haar zoete gloed, die stralende als uit vochtig-glanzende ogen, vol belofte was en reuk en vreemde tinteling.

Dan de geuren,-de geuren van rijp fruit, uit de winkels, de geuren waarin al de verwachtingen, de overzoete dromen van de bonte bomen boven het wazig vijvervlak met de witte eenden in goudblauwe damp, schenen te zijn opgegaan,-ja, die geur van rijpe meloenen en een ietsje rins van appels, maar niet te veel, want appelreuk was winter-en het fletse zoet van even gekneusde peren,-dat alles hoorde toch tot de herfst, en evenzeer de kleuren: op de druiven lag immers de ochtendnevel, wazig-blauw, en de grote, gevlekte peren droegen de warmste herfstbladtinten...

Dit vruchten-koele, teder-tintelende, warm-vochtige, paars-en-goudgeel dampige, al het getemperd-blijde van zonnige herfstmaand behoorde tot de najaarsfeesten, tot het Nieuwjaarsfeest, het Loofhutten- en Slotfeest, maar ook tot de Grote Verzoendag, die vastendag en feestdag tevens, een dag van boete maar niet van smart als de vastendagen van Tammoez en Ab, wel hoog-ernstig, maar niet droevig was, eerder blij, en die binnen de gesloten synagogemuren, waar bij week kaarsenlicht wit en zacht en roerloos en geluidloos de uren verhepen, als in Gods voortdurende tegenwoordigheid werd doorgebracht. Eenmaal daarbinnen, in die afgesloten wereld van doodskleren, kaarslicht en ongezoolde schoenen, bleven zon en hemel wel is waar de ganse dag onzichtbaar, -maar in 't

230

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.