Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



haar vriendelijk 'dag Leentje' klonk als een woord van verlossing, dat de spoken verjoeg, de angsten verdreef, de dingen in het park hun eigen leven en gedaante hergaf, het weeë vreemde dat eraan kleefde wegstrijkend als een frisse wind.

Ze Üet ze de bank, waarop ze haastig was gaan zitten, een paar stappen voorbijgaan, stond toen op en ging achter ze lopen, niet te dichtbij, om ze niet te doen denken dat ze hen beluisteren wilde,-de warme blijgeestigheid, sfeer van gewoon, natuurlijk, goedmoedig mensenleven-als de aanblik van een verlichte winkel, na 't angstig reppen door een duister straatje-die ze achter zich lieten, omkoesterde haar behaaglijk, schonk haar een lichamelijk gevoel van welzijn. Al haar vrezen was zó met één slag teruggedreven, dat ze enige ogenblikken in het geheel niet en nergens aan dacht, zalig-opgelucht voortging achter de geheven aan. Doch die eerste momenten voorbij, bekroop haar in een ontdekking een nieuwe angst: ze sloegen de gewone weg naar huis niet in en zij moest, het kon niet anders, zij moest nu wel naar huis toe gaan. En met de zekerheid dat ze over enige ogenblikken weer alleen zou zijn, viel haar in een kilte het besef op het hart, dat dan al haar gedachten en vrezen van daareven, van de laatste weken, onweerhoudbaar in haar terugkeren zouden...

Ze had wel getobd, die laatste tijd-in zelfverwijt zich gezegd, dat ze een 'afvallige' was, een die 'vreemde goden aanhing',-de goden van die Christenen, welke voor haar en de haren in verleden en heden zo dikwijls de bitterste vijanden, op het best onverschillige vreemden waren geweest. Hoe vaak had ze niet de vuisten in wanhopige woede tegen hen gebald, wanneer ze las of hoorde van de wrede vervolgingen, de bloedige smaad, haar eigen voorvaderen aangedaan. Hoe menigmaal had ze niet een verdreven Rus, magere, droeve figuur, vervallen en verarmd, wanneer hij des vrijdags aan hun gezellige Sabbathtafel zat, horen gewagen van hatelijke laster, van gemene beschuldigingen, waarmee hen de Christenen vervolgden en zochten te vellen,-hoe trots had ze zich gevoeld, wanneer ze op school vernam van de martelaren, die in de vleiendste verlokkingen, de afgrijselijkste kwellingen hun geloof getrouw bleven. Zij was niet gekweld, ze was niet gevleid, haar had nie

227

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.