en ontstoken werd. Dan rolden gauw ook de gordijnen neer, en leek het haar boven, waar geen licht toch was, inenen donkerder. Evenals in het steegje had ze daar dan op de zolder alles tegelijk, het levensblijde en doodsbedroefde, waarnaar altijd tegelijkertijd haar hart smachtende uitging...
Op zomerdagen was het er zonloos, stikkens warm en benauwd, dan hing er een reuk als van oud tapijt,-maar dan toch mocht ze gaarne erheen sluipen-ofschoon ze er nooit zonder hoofdpijn vandaan en beneden kwam-en dan zat ze op de schommel, sloeg haar ene arm om het touw, leunde haar hoofd ertegen aan en het zich met gesloten ogen heen en weder deinen. Ze neuriede onder het schommelen, vage, onbestemde wijsjes, grijpend wat maar door haar heen waaien wou, en terwijl ze in afwachtende overgave, geheel lijdelijk neuriede en deinde, in de stilte en benauwde hitte, haar arm om het touw en haar hoofd ertegen aan, verschenen voor haar gesloten ogen de gestalten, die ze in dromen en in boeken had gekend. Uit eigen herinneringsdiepten, maar schijnbaar uit de duistere ruimte rondom, traden ze in de lichtkring van haar verflauwd besef, te midden van droomlandschappen, wazig en vreemd, alles maar vluchtig en onbestemd, meer aandoening dan voorstelling, meer gevoel dan beeld,-meestentijds met één enkele figuur als middenpunt, waaromheen al het andere zich groepeerde. Die figuur was altijd een held, geen krijgsman, maar een verheven lijder, een grootmoedig duider, beeld van bovenaardse deugd en bovenmenselijke generositeit, als in wolken hoog boven haar zwevend. Want juist omdat ze die ouderwets-hoogdravende, grote-mensen-boeken, die ze las, nooit geheel begreep, namen de personen die fantastische vormen aan, zoals gewoon-menselijke gedaanten ook in schemer en mist tot bovenaardse gestalten kunnen worden.
Drie weken kon het geleden zijn, dat ze daar ook zo gezeten en geneuried en gedroomd had,-en toen was 't gebeurd. Voor haar gesloten ogen zweefde een bleek beeld-waar kon ze dat gezien hebben? en het onbestemde neurien, dat ze deed, ging als buiten haar wil over in bekende melodie;
222