om bereikten ze het plantsoen; de heliotroop stond daar hevig te geuren in de naderende schemer, dc rode gloed der geraniums ging al te loor in het lage gras, dat door een ronddraaiende sproeier als met regenstof werd gedrenkt, zodat het zacht klapperend ruiste.
'Daar is het,' wees Leendert.
In een kleine sigarenwinkel waar 't licht al brandde, blijkbaar pas geopend, blinkend van vernis en verguld aan kozijnen en opschrift, een pot met bloemen onder de boog van lege sigarenkistjes achter in de etalage, zagen ze, naast blinkend bruine toonbank, waar een aansteekvlammetje eenzaam brandde, weerkaatst in nikkelen knijper, de man op zijn stoel de krant zitten lezen. Tussen zijn dikke lippen hield hij een sigaret. Hij had een week-gekromde neus, dikke, blauwgeschoren wangen, een vlezige kin en zag er welgedaan en zeer tevreden uit.
'Daar heb je hem zelf!' fluisterde Leendert, zich impresario voelend, een stap naar voren doende, wijzend uit donker op de man, die rustig in 't licht zat.
Jaap had zijn ene arm om Leentje's schouders, zijn anderen om Maup's hals geslagen. Zo keken de drie kinderen zwijgend naar de gedoopte Jood als naar een griezelig, verfoeilijk monster.
III
'Tien,' zei Clasien de Vries, die de beurt had willen hebben.
'Hè nee, tien is veel te gauw gedaan, vijfentwintig,' snerpte Trientje Groot, die de beurt gekregen had.
'Vijftien,' besliste juffrouw De Boer, met haar harde gebiedende stem. Ze had vooraf op haar horloge gekeken. Voor vijftien was er juist nog tijd genoeg.
'Wie een taak voor thuis hebben, doen niet mee. Die beginnen maar vast. Heb jij een taak, Leentje Levisson?'
'Nee, juffrouw, moeder had immers gevraagd...'
'O ja, jawel,' sneed juffrouw De Boer de mededeling af.
'Mag 'k dan meedoen, juffrouw?'
'Dat is weer eens echt een vraag voor jou. Ik zeg, wie een taak
208