De vrijer, met zijn harde kaken, zijn glad, steenrood gezicht, wit kort haar, een slager of een pakhuisknecht,-keek vaag-minachtend, mompelde iets, wilde zijn meid meetrekken,-maar daar Leentje, opgeschrikt, nog aan geen uitwijken dacht, voelde die zich als met opzet getart en duwde het kind zo hardhandig uit de weg, dat ze bijna viel. Ineens sprong Japie er bij, als een kemphaantje, uitdagend:
'Wat moet jij van mijn zusje, hè, raak haar eens aan, als je durft!'
De meid in het rood, opgehitst, wilde nu ook Japie te lijf, een paar mensen kwamen er al omheen staan, maar de vrijer, opstootjes vrezend, trok nu ruw-kalmerend zijn meid aan de arm verderop,-en Japie sloeg beschermend zijn arm om Leentje's hals en voerde haar mee...
In een plotselinge vertedering, als altijd, wanneer van buiten af voor een van hen gevaar of schimp dreigde, bleven ze nu alle drie bijeen,-Leentje met een innig gevoel genietend van Japie's bescherming-hij was nu toch wel echt haar grote broer!-en ze liepen de straat door tot aan de hoek, waar een witte ijskar stond, met een hele troep jongens erom heen, genietend van de afdruipende wafels, die ze in de hitte nauwelijks vasthouden konden en eindelijk noodgedwongen met grote happen naar binnen slobberden,-en de man erachter, die onophoudelijk zijn witte arm in de diepte dompelde en dan handig een nieuwe wafel vormde, afstreek en tussen twee natte vingers een met uitgestoken hand gretig wachtende jongen toereikte.
Japie werd zo belust op dit gezicht dat hij Leentje's schouder losliet, die daarover een kleine teleurstelling voelde, een gemis, en naar de kar liep. Ijs snoepen op straat aan een kar, was streng verbodendat moesten ze maar aan het ordinaire gajes overlaten-maar voor een keertje, overlegde Japie gauw in zich zelf, en in die warmte, en Leentje en Maup moesten dan maar niet klikken. Zijn hand grabbelde naar geld in zijn broekzak, hij had genoeg, ook om met een wafel aan Leentje en Maup hun stilzwijgen te kopen-nam hij nu zelf een van vijf en gaf hij hun een van drie centen, dan was hij wel voor één wafel elf centen kwijt, maar hij had er nu zo'n trek in, het moest maar. Hij kon niet wachten tot straks na school en dan was
197