Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



rokjes van haar poesmooie zondagsjurken angstig bijeenhoudend Leentje keek minachtend naar hun smakeloze opschik,-maar ze was toch blij, dat moeder haar op zondag nooit in een daagse jurk over straat het lopen,-en dat ze dan haar 'tussenjurk' dragen mocht. De dochtertjes van oom Izak, haar nichtjes, waren er wat jaloers op,-want hun vader wilde niet dat ze zich op zondag mooier dan op weekdagen kleedden. Schikten de Christen-kinderen zich op voor hun Sabbath? Dan hadden zij, Joden, ook niets met hun zondag te maken. Oom Izak was wel altijd een beetje overdreven... dacht Leenqe wijs.

Dan ging haar peinzen weer naar de Vastendag van morgen en naar haar boek terug. Geen geld om een nieuw te huren en dat, wat ze vanmorgen pas uit 't bibliotheekje had gehaald, nu al weer uit.

Soezend liep ze voor zich te turen, door de brede, drukke straat, waar loom zich de mensen bewogen, waar matheid, iets als teleurstelling, gelijk een waas hing over de langzaam aan verwelkende zondagsstemming,-in de hitte glommen de gezichten, walmden de kleren de flauwe, zoete eau-de-cologne uit, ook aan haar zelf deelde zich die matheid mede,-hier en daar drong een braadlucht prikkelend haar in de neus; elders binnenglurend, zag ze er de mensen, mannen in hemdsmouwen, meisjes in gesteven jurken, met lege blikken over horretjes turen, glaasjes waarin het rode en bruine vod» zonnig tintelde, stonden in de vensterbank,-Leentje keek er naar zonder veel aandacht, in die bevangenheid, waaruit ongedacht de herinnering overblijft,-ze ging over het droge grijsblauwe arduin van de trottoirband, half bewust met haar voeten afstand metend tussen twee naden,-de ogen nu eens neer, dan weer vaag ommedwalend, tot ze een dikke meid, log en hangerig aan de arm van een stuurse vrijer, in rode zondagstooi, met gele kant en bloedkoraal vlak tegen het lijf liep. Die wreekte dadelijk op het kind in vinnig schelden haar eigen verveelde zondagmiddagstemming, de lome hitte van de straat, misschien een ruzie met haar vrijer, bijna blij om de stoornis, waaraan haar vage wrevel en dwalende ontstemming zich met recht en rede vastklampen kon, en Leentje ineens herkennend, schold ze prompt: 'Kijk uitje ogen Jodenkind,-wat doe je 's zondags op straat,-ga naar de synagoge, daar hoor je 1'

196

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.