Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



zen te staan! Voor al dat extra-onderricht verlangde Pietje geen cent. Prachtig vond Leentje die dingen, maar zó te leren haken achtte ze toch voor zichzelf bij voorbaat onbereikbaar. Zij werd al warm en benauwd als ze alleen maar een rokke-kantje haken moest, zodat de pen van 't transpireren roestte in haar vingers en hoe vaker ze dan de handen waste, hoe erger transpireerde ze.

Toch zou ze wel daar bij Pietje gebleven zijn, als niet langzaam aan de school was gaan verlopen. De meisjes uit fatsoenlijke gezinnen verdwenen de een na de ander en voor haar in de plaats kwamen ruwe meiden van buiten het dorp. Ze twistten en kakelden voortdurend, het breiliedje werd niet meer gehoord, soms hadden er geregelde vechtpartijen plaats, ze gooiden elkaar met hete thee en eenmaal was er bijna brand gekomen. Ze spraken met jongens buiten de school af, dat die de deur zouden opengooien en rumoer maken,-toen had moeder haar ook van school genomen, in klimmend ongeduld, omdat ze nu nog altijd niet breien kon. 't Had moeder gespeten, die in Pietje haar ietwat onnozele goedigheid waardeerde en haar volkomen afwezigheid van Jodenhaat, maar wat 't zwaarste was, diende 't zwaarste te wegen,-Leentje moest leren breien.

Moeder had zelf als kind op een Rooms dorp gewoond en ze herinnerde zich nog heel goed hoe ze daar het onderwijs op de nonnenschool altijd had horen prijzen. Daarom zou ze nu voor Leentje op de naai- en breischool, die de nonnen hielden en waar ze vernam dat elkeen toegelaten werd, plaatsing zien te krijgen. Maar bij het eerste bezoek aan moeders hand in die kloosterachtig doodse wachtkamer, door een gordijnloos raam uitkijkend op het over-zindelijke voorplein, waar tussen de kale bomen vrouwen in zwart-en-witte kap met zwarte mantel, de ogen neergeslagen als spoken rondwaarden, was het haar al bang en benauwd om het hart geworden en toen de 'Waarde Moeder' binnenkwam-moeder had haar op 't hart gedrukt, dat ze dan dadelijk opstaan moest-was ze ineens gaan schreien, zo ontstelde haar dat koele, zelfbewuste, blozende gezicht, met de grijze ogen onder de wijde kap.

Leentje was lijdelijk van natuur, bovendien ervan doordrongen dat 'wie geen goede kous kan breien, nooit een knappe burger-

189

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.