Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



ken. Had meneer Benjamins, de Rebbe, niet gelijk, wanneer hij hun manier van begraven, in mooie kisten en monumenten, hun begraafplaatsen als sierparken ijdele pralerij noemde? Ze mochten wel een voorbeeld nemen aan de Joden! Alles eenvoud bij hen, geen onderscheid van rijk en arm nog na de dood. Dezelfde ruwe witte kisten voor allemaal, dezelfde doodskleren zonder kostbaarheden of fijne stoffen, geen monumenten, niets dan de rijen rechtopstaande zerken in het ongemaaide gras, binnen de doornenhaag, waar een geit eenzaam de hoge halmen at, daar geen staal aanraken mocht! Hun doden werden niet in hun laatste woonplaats verontrust, blootgegraven om anderen in te laten,-zelfs de armste had zijn eigen kuil,-hun begraafplaatsen bleven onaangeroerd, mochten niet worden uitgegraven, mochten niet worden ingebouwd! En dan over hen die zotte praatjes als waren ze heidenen! Zij, die hun stervenden met gebed naderbij bleven en vergezelden tot in de dood, soms uren lang wakend, tot hun hart stilstond en hun oog zich sloot. Vals was het, vals en gemeen, altijd kwaad van hen te spreken.

Zij, Leentje, was zelf helemaal niet zo bijzonder vroom,-ze deed wel eens wat niet mocht, ze had wel eens een bloem geplukt op Sjabbes,-en ze hield helemaal niet van vasten. Ze zag er nu al tegen op, dat ze later op Grote Verzoendag een hele dag zou moeten vasten! Vader had gezegd, het moest als ze veertien was. Oom Izak liet zijn dochtertjes ook de hele dag vasten als ze veertien jaar waren. De jongens moesten eerder. Japie had het al gewild, toen hij pas acht jaar was. Om te laten zien dat hij kon! Om te pochen tegen de andere jongens van het Joodse school. Maar zij werd van een halve dag vasten al zo flauw, en dan kreeg ze, zelfs op de verzoendag, altijd trek in krentenbroodjes en dan dacht ze voortdurend aan krentenbroodjes, terwijl de mannen in hun doodskleren stonden en baden in kaarslicht,-zodat ze zich er zelf voor schaamde. Neen, erg vroom was ze niet,-maar ze kon toch niet velen, dat hun geloof werd bespot door die fijnen.

Ditmaal had ze zich echter flink gehouden, vond ze van zich zelf, terwijl ze, verlucht nu haar drie belaagsters een andere kant op gingen, met snelle stappen de weg naar huis in sloeg.

185

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.