Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



meester op school, wanneer hij over 'Prins Maurits' sprak en niet zoals thuis, waar ze de au meer naar o, als in het Duitse Moritz, lieten klinken. Terwijl voelde ze zich veilig en blij, dat ze zelf zo'n gewone naam: Leentje had, en niet Sara of Rebecca zoals de dochtertjes van oom Izak, die altijd voluit zo heten moesten en straf kregen, als ze zich op school Sophie en Rika heten noemen.

'Wat eten jullie vandaag?'

Treiterig elkaar duwtjes en knipoogjes van verstandhouding gevend, drongen ze aan, ook nu Leentje benauwd piepte, dat ze 'het niet wist'. Want achter die schijnbaar onschuldige vraag voelde ze de akelige nieuwsgierigheid naar hun 'raar' Joden-eten, wist ze de verhalen van 'uien-met-suiker', en bloemkool-met-haring, die op school de ronde deden. Wat gaf het, al ging ze huilen, al verzekerde ze snikkend, dat ze allemaal 'gewone dingen' aten,-al loog ze erom, al noemde ze de broodsjalet een pudding,-al zei ze, dat er bij hen in huis heus geen uien en nooit, nooit suiker in de soep gegeten werd? 't Zou daarmee niet uit zijn.

Ze voelde het alles aankomen, ze zou opnieuw moeten weerleggen al de oude leugens, die de een de ander vertelde en die iedereen scheen te geloven, hoe onzinnig ze ook waren. Dat de Joden de lijken van die op Sabbath gestorven waren, heen en weer wierpen in de synagoge, de trappen af smeten, - dat ze bij begrafenissen beurtelings zeiden, aarde in de kuil werpend, 'groet vader Abraham', -'groet vader Izak',-'groet vader Jacob',-waarop dan de anderen antwoordden 'ook van mijn, ook van mijn' en meer van die onzinnige verhalen. Oom Izak was eenmaal, van een begrafenis komend, daarmee zo getreiterd door de jongens in zijn dorp, dat hij met zijn zwarte jas aan en zijn hoge hoed op, ze zo maar achterna gerend was en een van hen zo tegen de grond had gekwakt, dat hij bloedde uit zijn hoofd, 't scheelde niet veel of de politie was er aan te pas gekomen. Later had oom Izak er zelfde meeste spijt van gehad, want het hielp toch niets en gaf alleen maar 'gillel Hasjijm'-schande en opspraak, schade aan alle Joden-en tante Bertha had zo gehuild, toen er daarna nog een brief van de opperrabbijn was gekomen.

Zij, die Christen-kinderen, moesten maarliever naar zich zelf kij

184

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.