Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



Ze had de tranen teruggehouden, die hun plaaglust maar aanzweepten, hun spotzucht maar prikkelden, ze had kortaf en onverschillig geantwoord en zich niet laten 'uithoren'.

Was het niet het oude, bekende verwijt, dat ze zich altijd 'uithoren' liet? Nooit wist, wanneer ze spreken en wanneer ze zwijgen moest, zoals vader het uitdrukte, altijd haar mond voorbijpraatte? 'Langtong' noemde haar dan haar vader, boos-, als hij goed op haar was, zei hij 'krul' tegen haar-wanneer ze, wat ze thuis opving, tegen familie of helemaal-vreemden uitgeflapt had. Vader had gelijk, ze flapte altijd uit en wist werkelijk niet, wanneer te spreken en wanneer te zwijgen en daarom, zodra iemand haar iets vroeg, was 't ook zonder spot of erg-dan peinsde ze inwendig benauwd zich af, of ze haar misschien ook 'uithoren' wilden...

Nu naar huis! 'Thuis' lokte haar-, gaf een zoete streling van binnen met de gedachte dat ze nu gauw de winkel door, tussen de hoge donkere kasten, de lappen en doeken, de oude schilderijtjes, de tafels met antiek porselein, het tin en koper dat overal los over en dooreen verspreid lag-, de lichte, ruime woonkamer binnenkomen zou, dat ze daar moeder, de lieve, bezig zou zien met broodsnijden, haar eigen kopje naast haar bord, haar boek op de plaats waar ze 't, veilig voorjapie's nieuwsgierigheid, verstopt had. Japie wou altijd de boeken meelezen, die zij, voor haar weekgeld, huurde uit het leesbibliotheekje. En dat mocht hij natuurlijk gerust-, als zij ze zelf maar eerst uitgelezen had. En vooral dat van nu, dat haar zo in spanning hield, haar slingerde van het ene heftige gevoel in het andere, als van afgrond in afgrond, nu eens haar hart wrong in smart, dan weer het huppelend opjubelen deed, maar haar altijd door boeide en voortjoeg naar het eind-,'t welk ze tegelijkertijd ook vreesde, omdat een uitgelezen boek zulk een wrede leegte en kilheid het als een afscheid voor altijd-de Negerhut!

Ze las het liefst op haar eigen plekje, niet gewoon op een stoel aan tafel, maar liggend op haar buik in het portaaltje van het achterhuis, waar ze 't uitzicht had op een smalle, hobbelig geplaveide steeg, niet veel breder dan een snijding, tussen twee huizen-hun eigen en 't buurhuis, afgesloten van de straat door een poortje; daar stond in de engte tussen de grijze muren de regenbak, oud-

186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.