kund, maar ze voelde, 't was geluk geweest en anders niet,-de laatste slagen, toen ze de brug al boven zich voelde en wist, en 't duister water achter zich zo ongedurig hoorde klotsen, had ze als op de tast gedaan, de kluts helemaal kwijt, beverig en bang,-en zou 't ditmaal beter gaan? Al donkerder was het, maar als ze nu laverend achter om zich keek, behoefde ze althans niet in het vurig licht te staren. Dit bedenkend en de brug nog veraf wetend, wilde ze, zich kalmerend, het ogenblik blijven genieten.
Doch de vreugde was heen, meer en meer beving haar de eenzaamheid. Van de plek, waar 't gelegen had was het bootje met de gelieven verdwenen,-ze zag het al uit de verte-veel leger en stiller nu dan even tevoren lag het water; die voor plezier uit roeien gingen, bleven meestal in de gezelligheid van het stadje tussen de huizen aan het water, leien er aan in een der vele uitspanningen, kwamen niet tot in de verre poel. Overal rondom loeiden nu de koeien, bijna onzichtbaar in de damp, als angstig om wat rondom ze opsteeg en stil omwevend ze vatte en ving in vormloze hulselen,-ook van heel uit de verte kwam het, dof grommend als gelaten, dan weer bijna gierend als in heftig verzet, een stadige uitwisseling van gemeenschappelijke angstgevoelens, om eenzelfde bedreiging tussen de honderden dieren, die de weiden bevolkten tot diep in de horizonten, droeve troost zoekend in het besef van hun gemeenzaamheid.
Zo althans voelde het de kleine Lea, de koeien benijdend omdat ze met zovelen waren en zij zelf alleen,-hen tegelijk beklagend om hun onwetendheid en stumperigheid, dat ze bang moesten zijn voor iets waar heel geen kwaad bij was,-want ze was vast overtuigd dat ze zo angstig loeiden onder de dreiging van de opstijgende damp.
Maar nu naderde ze de brug en werd het zaak, oplettend uit te spieden, ze keek achter zich om, hoog in de lucht staken de beide planken helften... de brug stond open, een schip of een boot moest er blijkbaar doorheen, en ze zag het al, in de verte kwam het aan, een lui bruin beurtschip met zeilen op, achter een rad en pufferig sleepbootje aan. De kleine Lea voelde zich heerlijk verlucht: nu de brug open stond was het tussen de pijlers tenminste niet zo donker
173