waren te zien en waar in schaduw-koel gras de bloemperken fonkelden als juweel.
En om daar te komen moest de kleine Lea onder de hoge klokke-toren door, waarachter het kerkhof lag,-een mooi kerkhof, met populieren en brede paden, aangelegd op een verhevenheid, omringd door lager gelegen weitjes en warmoezerijtjes. De kleine Lea kwam er wei-door een donker laantje, langs een timmertuintje en een verfwinkel, die er niet schenen te horen-om de wind te horen ruisen door de populieren, ze las de namen op de zerken, het waren namen van gewone mensen uit het stadje, maar doordat ze dood waren en daar begraven lagen onder zerken met plechtige inschriften-sommigen al jaren, al van lang, voordat zij zelfwas geboren-schenen ze veredeld en ongemerkt van aard verwisseld: het waren in haar verbeelding veeleer de mensen uit de boeken en de dames van de speelkaarten dan de tantes en grootmoeders van kinderen die ze kende en waarmee ze omging.
De nabijheid van dat kerkhof was voor de kleine Lea overal rondom de toren te voelen, als een rouwwaas, ook over de enkele vrolijke winkels hing het neer, een zoete, droefgeestige bekoring.
Deze namiddag echter liep ze er langs zonder veel te denken, want met een bepaald doel,-ze had van een tante een kwartje gekregen, ze mocht er mee doen wat ze wilde en zou nu heel alleen gaan roeien. Ze had wel eens een heel enkele keer in een schuitje gezeten en de riemen gehanteerd, maar nooit voor zichzelf een schuitje gehuurd en van het water om haar, en de hemel boven haar, in bezige, beelden-bevolkte eenzaamheid, een geruime tijd achtereen genoten. Dit verlangde ze nu hevig en ze wist bootjes te huur aan de overzijde op een werf tussen de pakhuizen, een heldergeel schuitje wilde ze kiezen en daarmee langs de tuinen varen, lang-zaam-genietend van lucht en water en koelte en bloemengeur en de dalende, gouden zon.
Aan de werf tussen de pakhuizen gekomen, moest de kleine Lea daar horen, dat al de schuitjes door vroeger gekomen huurders waren weggehaald. Over het water heenwijzend, terwijl zijn gezicht rood straalde als een donkere sinaasappel in de dalende herfstzon, voorspelde de verhuurder haar dat ook haar verdere moeite wel te
168