het Joodse aan de dingen rondom zich, het eigene en innige nog veel dieper en er trekt soms een rilling, een ontroering, door haar heen, en ze tracht te raden, welke gebeden het zijn, waarvan Grootvader de melodieën neuriet, en bij welke dagen ze horen, om zich dan die dagen voor te stellen.
Wanneer ze de hele ochtend rondgewandeld hadden, gingen ze koffiedrinken bij oude oom Elie, die zulke verschrikkelijke dikke lippen had, dat het was om bang van te worden, en oude tante Roos met haar deftig, fijn gezicht, in een stille, halfduistere kamer, waar elk ding scheen te staan soezen over oude geschiedenissen, die het moest hebben beleefd, het antieke kastje in de hoek achter de gesloten gordijnen en het porselein en devergeelde boeken en vooral de portretten waarop de Grootvader en de Grootmoeder van tante Roos stonden afgebeeld, peinzende smalle Joodse gezichten, die de kleine Lea, als ze ernaar keek, wegvoerden in een ver verleden, wel zo ver als de 'Vaderlandse Geschiedenis',-maar een heel andere richting uit. Bij oom Elie en tante Roos was alles stil en deftig, ze hadden ook een Joodse meid, oud als zij zelfwaren en met wie ze praatten in een half-verstaanbare Joods-Duitse taal. Ze waren voor de kleine Lea heel vriendelijk, maar het was juist of ze haar niet zagen, vooral oom Elie met de dikke lippen, ze zat in die kamer precies als in een museum, waar oom en tante en de oude Saar veel meer beweegbare figuren dan mensen waren, Grootvader alleen was 'echt',-en die hielp haar ook aan tafel en sneed haar boterham en het verbaasde haar bijna, oom Elie en tante Roos te zien eten en dat er werkelijk verse boter in het ouderwetse vlootje zat en dat er koekjes kwamen uit de grote glazen trommel en dat tante Roos er aan dacht haar die mee te geven 'voor onderweg'-het was alles zo apart en nauwelijks levend in dat halfduister achter de gesloten gordijnen.
Kwamen ze thuis, dan was Grootvader wat moe en moest een uurtje slapen en de kleine Lea zat weer voor een raam en keek naar de zwarte heertjes die onder de bomen hepen; hier was ook alles Joods, maar stiller en deftiger, ouderwets; winkels waren er niet op het plein, enkel dc Joodse boekhandel naast de synagoge, verder
161