met vijf geelgroene uitjes, stonden er voor het wegnemen; een boter-en-kaas-winkeltje, stellig druk beklant, dacht de kleine Lea wijs, want vrouwtjes gingen en kwamen aanhoudend stoepje op, stoepje af,-en een grotere winkel met gevogelte, enkele eenden kenbaar aan htm gele poten en donker vlees, tussen ritsen geslachte en geplukte kippen, en de baas van de zaak, in groezelig wit, kocht pruimen van een kar voor zijn deur.
En overal hing die stemming, die de kleine Lea zeifin zich meedroeg, het half-feestelijke van de tussendagen, als in alle eenvoudige Joodse gezinnen het witte kleed over tafel blijft, de huismoeder alleen het nodigste werk verricht, en de mannen dagelijks naar de synagoge gaan; die loofhutten hebben, toeven er ook die dagen in; bij wie 't betalen kan, komt ook die dagen een extra schotel vlees of zoete lekkernij op tafel en een blij vooruitzicht, als een zonsopgang, zet alle dingen in warme gloed: na de tussendagen komt het Slotfeest nog en de Vreugde der Wet, met groene lovers en blijde dans en zoetigheid voor de kinderen in alle synagogen van de buurt! Verder dan dat verheven en blijde Slot wil niemand denken-want daarna is alles voorbij en is het weer winter voor men het weet, zó althans zegt moeder ieder jaar tegen die kleine Lea, en al zijn er in de winter heerlijke vrijdagavonden, er is ook veel zorg in de winter, voor brandstof en nieuwe laarsjes en een manteltje, dat Lea zo nodig hebben moet-daarom wil niemand voorbij het Slotfeest denken, en daarom schuifelen de vrouwtjes zo langzaam in de zoete herfstzon langs de winkeltjes en roepen elkaar wat toe en blijven bij elkaar staan en willen de ogenblikken vasthouden en de kleine Lea toeft aan het open raam in het vreemde huis, waar alles toch eigen is en knabbelt haar koek, tot Grootvader haar bij zich roept en ze weer verder gaan.
Altijd als Grootvader alleen is en ook wel als hij even vergeet dat hij niet alleen is, neuriet hij de oude wijzen, die hij vroeger voorzong in de synagoge, toen hij zijn stem nog had, zó mooi, dat iedereen in de buurt er nog dagen over praatte, dat heeft de kleine Lea vaak genoeg thuis gehoord,-en als ze nu samen door de straten gaan en uitgepraat zijn voor een ogenblik, begint Grootvader altijd te neuriën. De kleine Lea vindt dat heerlijk, want daardoor voelt ze
160