Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



en hebben de appelen rode konen'-dat toverde een verlokkende prent voor haar ogen, waarachter voor haar weliswaar geen werkelijkheid lag en geen mogelijkheid zelfs, van peren plukken en appels schudden, want deze dingen waren zover buiten haar bereik, dat ze er zelfs niet naar taalde,-maar die toch altijd als een blijde achtergrond, met het nieuwe beeld van de wereld verrees, wanneer ze met het laatste augustusblaadje in de hand peinzend voor de kalender stond.

Doch liet ze dan eindelijk haar gedachten vrijelijk vieren, uitgaan naar haar eigen ware september-vreugd, opzettelijk zo lang mogelijk toevend bij het eerste, en het beste voor 't laatst bewarend, als 's middags het lekkerste op haar bord,-dan begon plotseling als een klok haar hart te slaan, dan het was alsof ze gouden honing proefde en zag; het beeld van peren plukken en appels schudden werd koeler, matter van kleur, het verbleekte bij de glans van de Joodse herfst, die als een trillende boog haar overspande, de Joodse herfst, die schoner vruchten droeg, een zware oogst van rijpe heerlijkheden, zoetvochtig en vol: de Feesten, van het Nieuwjaarsfeest af, dat soms nog halfin de zomer stak-het kon dan ook nog zomers warm wezen,-tot het Loofhuttenfeest toe, waar de stille, volle herfst als een koepel omheen stond, goud-purper wazig als beslagen druiven in de zon, paars en bruin als van gepeinzen doorvlochten. En daartussen in lag de blanke Verzoendag, zwaar van wijding te midden van het lichtere, zuiververblijdende der andere feesten.

Maar het liefst van dit alles was haar de eerste 'tussendag' van het Loofhuttenfeest,-want dan, na de twee feestdagen, kwam er een derde, anders van aard, zonder de wijding der beide eerste, die echte Sabbathdagen waren, waarop het ontvangen van bezoek en het aanzitten rondom een witte tafel afgewisseld werd door synagoge-gang en gebed, en waarop de kleine Lea niet, evenmin als op de Sabbathdag, naar believen mocht spelen, en wat ze wou, al mocht vader wel roken-het was juist om de reuk van vaders sigaar, en om al het gewone en huiselijke en omdat alles dan weer mocht, terwijl toch het witte kleed op tafel lag, dat Lea de vier tussen-dagen-half feestdagen, half werkdagen-zo innig genoot.

154

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.