klein, en kleinst van al, dames in wonderlijke japonnen, met poppige parasolletjes, die daar wandelden rondom de fontein,-of zaten op de banken. Zo'n prentje was maar half zo groot als de speelkaart, want op de andere helft stond weer een ander-en keek je er lang naar dan traanden je de ogen omdat het allemaal van streepjes en krasjes scheen uitgetekend -maar toch moest je er juist lang op turen, want dan werd alles diep en groot en leek te gaan leven en het was dan precies of je daar zelf wandelde, in 'Spa' of'Homburg' of 'Wiesbaden',-rondom een fontein, die over palmen sprenkelde, in de koelte van bloemen en bomen, die ze dan voelde en rook, als ze maar lang genoeg keek, zonder dat iemand haar kwam storen. Moeder had als kind ook zo graag en zo lang naar eenzelfde prentje gekeken, ze wist het toevallig doordat ze haar tegen een nichtje, dat jengelde en zich verveelde over een prentenboek, had horen zeggen 'ik kon als kind wel anderhalfuur op één prentje zitten kijken'. Dat had de kleine Lea zo'n warm gevoel gegeven van precies als moeder en dus wel echt moeders kind te zijn. Het prettigst keek ze naar de prentjes, als ze haar, terwijl ze iets anders zocht, toevallig en onverwacht in de handen vielen, en ze er zo tegen de open la aan, mee staan bleef, dan kwam dat warme, soezerige deinen in haar hoofd en ze voelde zich al meer en verder wegtrekken, tot ze zich in het park bij de fontein bevond, en datgene van haar, dat nog in de kamer stond, als helemaal leeg en onwerkelijk gevoelde. Maar zocht zij ze opzettelijk voor den dag, om datzelfde nog eens opnieuw te beleven, dan stelden ze haar vaak te leur, dan kwam er niets.
Uit deze prentjes nu had de kleine Lea in haar verbeelding een hoge muur opgetrokken als een achtergrond om de kermis heen, zodat die dus, al met al, in zijn geheel een andere, afgesloten, uitheemse wereld was.
Ze woonde dicht bij de kermisbuurt, waardoor ze 's avonds in bed het joelen en rumoeren duidelijk horen kon. En het wonderlijkste was dat ze, daarnaar luisterend met gesloten ogen, op haar rug liggend, zich zonder enige moeite een heel andere kermis voorStellen kon, dan die ze kort geleden nog had gezien. Dat was juist als met het harmonium bij de buren. Ze had het zich altijd in een hoek van de kamer en donker gedacht, tot ze eens had gezien, dat
ijl