wakker was en zorgden wel dat ze niet schreeuwden en niet vochten, om lang te kunnen blijven. Ze speelden 'hakmes, schaar of lepel' tegen de hoge, grijze synagogemuur, en 'een-twee-drie, hoe laat', ook wel haasje over, soms lagen ze maar gewoon in het gras en gaven raadsels of praatten, grasjes kauwend en met speels-wrede knappende rukjes paardebloemen onthoofdend.
De grond was er nooit helemaal droog,-daardoor was het ook in de school zelf zo vochtig en klam, er kwam geen zon, ze hadden er zelfs een kikker gevangen, het gras groeide er welig en hoog en gaf een sterke, zwavelachtige reuk, ook de bloemen, vooral de do-venetel. Er waren nog heel wat afzonderlijke wereldjes in dat ene kleine gebied: de brandnetelbossen onder het afdak van de houtstapelplaats, de boterbloemen met hoge sprieten in de schaduw van het spuitenhuisje.
Jongens van de straat in zondagse kleren bleven soms voor het hekje staan en keken binnen, maar ze zeiden niets, ook de kinderen binnen het hekje zeiden niets-en dan liepen die anderen weer verder. De kleine Lea keek soms door de hoge ramen de synagoge in, ze zag juist tegen de grote kaarsenkroon aan en Het achtereenvolgens de verschillende gevoelens, die bij de synagoge op verschillende dagen en uren hoorden en die ze zich herinnerde, als melodieën vlug door zich heenspelen.
Ineens bedacht ze dan, dat het er nu heel stil moest zijn en dat ze er niet alleen zou durven binnengaan.
Eindelijk verscheen in de deur de oude meester en ze moesten weer naar binnen om nog een uurtje te leren.
Tegen zes uur gingen ze naar huis.
Ja, de kleine Lea hield wel veel van de zondag, al verschilde het zondagsgevoel ook geheel en al van het Sabbathgevoel,-de zondag had veel voor, liet meer vrijheid in komen en gaan, in doen en laten, toch zou ze 't minst de Sabbath hebben willen missen.
Van de zondag was natuurlijk ook het heerlijke: vrij van school, tenminste de hele morgen, 's middags vaak nog een restje van het Sabbathmaal, lekker op zichzelf, maar tegelijk een weemoedige herinnering aan de vrijdagavond en de Sabbath, die ineens al zo lang geleden schenen.
141