Tegen de dwang (verhalen)

Titel
Tegen de dwang (verhalen)

Jaar
1907

Druk
1981

Overig
herdr 1981

Pagina's
248



vond hem Gerda, niet jong meer, donker met bruine snor en baard, en correct in de kleren.

Aangenaam verraste Gerda dit beleefde groeten.

Hoe vriendelijk, dacht ze, hoe heel anders dan de rest, zeker geen Engelsman.

Ze had ook héél vriendelijk teruggeknikt, maar nu-na een paar minuten nog maar-de heer weer terug gedrenteld kwam, wéér langs haar galerijtje en, ditmaal zonder groet, wéér vriendelijk-lachend naar haar keek, nu vond ze dat tóch wel een beetje overdreven-beleefd, een beetje benauwd-vriendelijk. Misschien óók een eenzame, dacht ze dan tegelijk, óók iemand, die hier geen schepsel kent en behoefte heeft aan wat vriendelijks. Jawel, maar pas geven deed 't niet, geloofde ze, dat vrijmoedig aankijken van een dame, en lachen tegen haar, terwijl ze in haar eigen kamer en nog in négligé zat... Als hij haar maar niet aansprak! Want wat zou je dan moeten doen? Vreselijk afblaffen, zoals feitelijk hóórde, dat zou ze waarlijk niet over haar hart kunnen krijgen. Daarvoor had ze de laatste vierentwintig uur zelf te veel geleden onder onvriendelijkheid en stugheid. Was Johan nu maar bij haar geweest, dan had die vreemde gerust kunnen binnenkomen en bij hen gaan zitten. Jassus, je had toch altijd van allerlei vervelends, als vrouw-alleen... Gut... daar kwam-ie alweer. Nee, niet naar buiten kijken... net doen of je niets ziet... wacht... gauw een kopje thee inschenken...

Hij kuchte... ze bloosde ervan. Dat was nou toch gedecideerd niet netjes... Ja, maar op een afstand kuchte hij nog. Hij kon toch ook net zo goed verkouden wezen... Nu 's afwachten, wat hij zou doen, als hij weer langskwam. En dan gauw naar binnen en je niet meer vertonen.

Kijk, dat was nu toch leuk! Hij kwam niet meer langs, hij ging de hoofdingang door naar binnen, 't Deed 'r waarlijk genoegen; hij had niet om haar gekucht. Welja, wie weet, wat 't voor landsman was, 't gold daar waar hij vandaan kwam, misschien voor heel gewoon, een eenzame dame vriendelijk te groeten, 't Was intussen al haast donker geworden, de booglampen gingen aan, óók in de tuin. En de rikshaws, nu met lichte lantaarns aan weerszij, kwamen de een na de ander huppelend weer 't voorplein oprijden, brachten de

122

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.