kade toe. De 'Guinea' was nu aan de overkant; Johan zou de kap'-tein wel spreken. Dan zou hij toch horen, dat ze zich flink gehouden had op de uitreis! Maar hoe was het mogelijk, dat al die andere dames genoegen hadden kunnen vinden in dat ellendige, waaierige, onherbergzame berghotel! Zij kon wel al rillen, als ze eraan terugdacht...
Nu wilde ze slapen, de tiffin zou ze maar overslaan, zich daarna baden, en heerlijk-fris verkleden-de koffers had ze op de kamer. Maar o, o, wat had ze een massa vergeten... Ze zou 't maar niet eens allemaal aan Johan vertellen en allerminst aan moeder Torrini! Kon ze nou toch maar slapen! Maar 't was of haar de hersens los lagen en pijndoend dooreenwoelden in het hoofd. En voortdurend dwarrelden haar voor de ogen 't rood-zwart-goud der Chinezen-huizen, 't verlepte bomengroen, gezichten, één ondeelbaar ogenblik in vliegensvlugge rikshaw's gezien en door een vreemd toeval onthouden, de skeletachtige gestalte van een oude Chinees, die ze neergehurkt had zien zitten voor het zwart gapende deurgat van een vervallen, vuil opiumhol in de akeligste achterbuurt, die ze was doorgekomen, waar ze dol van angst was geweest en niets had gezien dan naakte Chinezen, met gemene loerogen, die allemaal naar haar keken...
O, wat zou ze zich nestelen in haar huis, wat zou ze zich vasthouden aan Johan, en nooit meer van hem weggaan... Allemaal mochten ze haar uitlachen, Sidin en Sarima incluis en de hele kliek kennissen. En ze zóüden 't ook wel doen! Ochtendbezoeken zou ze maar uitstellen onder voorwendsel van grote vermoeidheid, en niet ontvangen óók, tot de praterij wat geluwd zou wezen. Want be-kletst zou ze worden, dat had ze voor d'r domheid tenminste beet. Iedereen had ze 't immers verteld, dat ze voor een maand ging!
Wéltevreden dommelde ze in en werd niet wakker voor laat in de namiddag, door 't lachen van Kardoesje, die buiten in de galerij speelde met de baboe.
Op muilen aan blote voeten en in een losse peignoir buitenkomend vond ze daar op 'n rieten tafeltje het blad met de theeboel klaar staan. Dat 't kopje gebarsten was en de melk er goor-waterig uitzag, wilde ze in haar dankbare stemming niet opmerken. Vóór haar uit lag de tuin, ruim en gezellig, met tafeltjes en stoelen tussen
120